TERUG

OPVOEDINGSPROJECT
Scheppersscholen

Historiek

Opvoeden in de geest van Monseigneur Victor Scheppers (1802 - 1877) betekent in de eerste plaats kinderen graag zien en zich vol toewijding inzetten voor hun geluk.

Opvoeden

De jonge mensen begeleiden tot zij bekwaam zijn als volwassen personen  zelfstandig een eigen levensontwerp te ontdekken, te aanvaarden en te realiseren, in een open relatie met en in dienst van de anderen.  

De  opvoedingsrelatie is gefundeerd op gelijkwaardigheid (is niet gelijk aan gelijkheid), geen autoritaire houding, omdat zij niet-opvoedend, zelfs verminkend is.

Straf  is een tijdelijke breuk in de relatie opvoeder-opvoedeling, waarbij beide partijen de oorzaak van de breuk betreuren. Opvoeden is met geduld en aanvaarding de waarheid spreken en dan luisteren. Opvoeden is het tegengestelde van verwijten, veroordelen, kleineren, klein houden, dresseren, beliegen,  ...

Opvoeden is kansen geven, bemoedigen, geduld hebben, steeds opnieuw beginnen, zelf enthousiast zijn, ... graag zien.

De kwaliteit van de opvoeding en ook van het onderwijs hangt nauw samen met de manier van met elkaar omgaan op school. Het scheppen van een gemeenschap waar leerlingen, leerkrachten, ouders en directie elkaar leren kennen, helpen en bemoedigen, blijft prioritair voor de persoonlijke vorming van de individuen en hun sociaal leven in de maatschappij. Het leven op school is een uiterst waardevol doel op zich.

Onderwijzen 

Het doel van de school in strikte zin is : leren leren.  Daarom is de leerstof slechts een middel, geen doel.

De leerprocessen die de leerlingen doormaken, moeten zeer goed gekend zijn door de leerkrachten. De leraars moeten bijgevolg twee zaken beheersen : de leerstof en de leerprocessen die het efficiëntst zijn bij het verwerven van hun leerstof.

Door het feit dat de leerstof uit verschillende vakken (= zienswijzen op een zelfde werkelijkheid) bestaat, zijn ook de leerprocessen zeer specifiek. Geschiedenis leert men anders dan technologie en een taal verwerft men niet zoals men wiskunde studeert. Leerlingen die hetzelfde proces toepassen op de verschillende vakken lopen verkeerd en leren niet. Ze stapelen de producten op maar geraken niet in proces en wie als 18-jarige niet in proces geraakt, is gedoemd te mislukken in verdere studies en zelfs in het leven in het algemeen.

Doelgroep
 
De grote kerkgemeenschap heeft vooral de laatste jaren steeds duidelijker gekozen voor de armen, de misdeelden en de marginalen. Indien een leerkracht  als opvoeder de weg van Victor Scheppers wil gaan, dan dient zijn eerste bekommernis uitdrukkelijk naar de sociaal en intellectueel zwakken, naar de gekwetste jonge mens in al zijn facetten, te gaan, zonder daardoor de anderen te verwaarlozen. 

De  omgang met leerlingen zal slechts een positieve begeleiding kunnen zijn op voorwaarde dat we echt van hen houden; de leerlingen voelen dat trouwens.

Monseigneur Scheppers verstrekte aanvankelijk onderwijs op vrije momenten aan jongens die anders van onderwijs verstoken zouden blijven. De Broeders van Scheppers gingen in die zin verder door de zorg voor weeskinderen en kinderen van de jeugdrechter op zich te nemen. 

Al lang beseft iedereen die er nog oog voor wil hebben, dat er grote geestelijke en andere noden zijn bij alle lagen van de bevolking. Een navolger van Victor Scheppers staat op een bijzondere manier tussen de mensen, een manier die de stichter zijn broeders en medewerkers voorleefde.

Een grote beschikbaarheid en dienstbaarheid voor anderen, dat is de geest die in de scheppersscholen terug te vinden moet zijn. Een eigenheid die reeds tientallen jaren door vele mensen gewaardeerd wordt en ook vandaag nog verder leeft en dient te leven ondanks het geringe aantal broeders dat nog in actieve dienst is. 

Algemene doelstellingen

Wij zien ons opvoedingswerk  als een dienst aan de mens en als een uitermate mooie kans om onszelf te realiseren : want zoals de leerlingen ons nodig hebben, hebben wij hen eveneens nodig. 

Wij willen de aan ons toevertrouwde kinderen geleidelijk aan laten uitgroeien tot mensen die vrij geworden zijn en zelfstandig genoeg om bewust een engagement in dienst van de medemens aan te gaan dat aansluit bij hun talenten. 

Wij denken dat vrij en zelfstandig worden het best gebeurt in het samen-leven met vrij en zelfstandig geworden mensen, omdat het effect van het groepsleven en van de identificatieprocessen, die daarin plaats hebben, veel ingrijpender is dan dat van belonen, straffen, informatie geven e.d., die alle methodes zijn die een afstand scheppen tussen opvoedeling en opvoeder.

Om die groei te bevorderen zullen wij zorgen dat we zelf mensen-in-proces blijven, die ook op weg zijn om zich de volgende drie grondhoudingen steeds meer en meer eigen te maken : het aanvaarden van de andere als een volwaardige andere, de authenticiteit en de empathie. 

 
Religieuze doelstellingen 
Jonge mensen opvoeden in christelijk perspectief betekent voor leerkracht en opvoeder dat hij een levende getuige moet zijn van de christelijke waarden. In die zin gebeurt elke opvoeding vanuit een roeping : jonge mensen moeten de kans en de ruimte geboden worden om de diepere verbondenheid met God te ervaren en te beleven. Een positief beleven van het schoolgebeuren door de leerling is bijgevolg erg belangrijk om te komen tot een basisvertrouwen in het goede van de schepping.

Verzorgde eucharistievieringen, degelijke gebedsmomenten, biechtvieringen en bezinningsdagen zijn een noodzakelijk aanbod om aan geloofsverdieping en geloofsbeleving te doen bij leerlingen die de weg van het christelijk geloof reeds een stuk bewandelden van huis uit ; anderzijds zijn het middelen om eerbied en interesse op te wekken bij degenen die slechts sporadisch, of uitsluitend in de school geconfronteerd worden met christelijke belevingsmomenten.

Acties en projecten binnen de school zijn belangrijk om  mee te helpen aan de opbouw van een betere wereld :  welzijnszorg, broederlijk delen... . Gevoelens van solidariteit krijgen concreet gestalte ; het Rijk Gods wordt een concreet begrip dat ook door mensenhanden mee moet worden opgebouwd. 

Voor gebed en actie, voor inkeer en strijd moet dan ook in de school zowel tijd als ruimte worden voorzien. Het zaad dat op die manier gezaaid wordt, moet langzaam kunnen ontkiemen. Het wegblijven van onmiddellijk resultaat mag ons dan ook niet ontgoochelen : het geloof in het goede en in de werking van de Geest, moet sterker zijn dan de ontmoediging omwille van menselijke zwakheid.                                                      

Onze methode: vier pijlers

1. De overtuiging dat alle kinderen uniek zijn en " goed in mekaar zitten" en dat het goede in hen niet ontstaat door het kwade brutaal weg te straffen, maar wel door het goede te benadrukken, aan te moedigen, kansen te geven zich te ontwikkelen, zelfs in uitzichtloze omstandigheden vertrouwen te geven en geduld te hebben.

2. Het geloof in de kracht van een "relatiestijl" die gekenmerkt wordt door wederzijds respect, authenticiteit en empathie. Beschikbaarheid, luisterbereidheid, democratische ingesteldheid, maar ook consequentie inzake gemaakte afspraken, zijn de voornaamste uitingen van deze attitudes.

3. Het geloof in de essentiële rol van de "identificatie" in de opvoeding. Woorden wekken, voorbeelden trekken.  Een echte menselijke getuigenis heeft meer vormingskracht dan tien zedenlessen.

4. Het geloof in de vormingskansen die schuilen in het "groepsleven in een familiesfeer". Bij het aankweken van attitudes is het in-familie-leven van doorslaggevende  betekenis. In het samendoen zitten veel psychologische processen, o.a. de identificatie, de assistentie, de aanmoediging en de mogelijkheid te leren uit falen.
 

Ons werk op school 

Lesgeven en klashouden gaan samen. Goed lesgeven zonder klashouden is onmogelijk. Goede leerkrachten maken er dan ook geen onderscheid tussen; het zijn de zwakkere leerkrachten die menen dat lesgeven zonder klashouden mogelijk is.  

- Het lesgeven

Lesgeven is niet leerstof geven zoals men iets anders geeft, bv. 5 frank of een koekje of een ander product. Lesgeven is met een concreet doel voor ogen bij de leerlingen een welbepaald en goed doordacht proces op gang brengen, begeleiden en vastzetten en daartoe de gepaste omstandigheden creëren en in stand houden. Het accent ligt dus niet op het geven, niet op het product, maar wel op het proces.

- Het klashouden 

Omvat alles wat met de organisatie van de cursus te maken heeft.  Dit leerproces - het is ook weer een PROCES - is minstens even belangrijk als het "leerinhoud-leerproces"  Het omvat o.m. :

 

- orde en tucht vanaf het ogenblik dat de leerkracht verantwoordelijk is voor een bepaalde klas, want zonder orde is een leerproces onmogelijk. We bedoelen dus geen tucht om de tucht, wel tucht om een leerproces mogelijk te maken.

- het leren correct notities nemen, verbeteren, aanvullen, opzoeken ...

- het leren structureren van de leerinhoud. Deze structuur moet duidelijk te zien zijn bij het doorbladeren van de schriften.

- het geregeld controleren van alle notities en schriften

- het laten bijhouden van de schriften van de afwezige leerlingen

- het laten inbouwen van de nodige controle- en herhalingsmomenten
  

- Het schooldoen

Zich mede verantwoordelijk voelen voor het hele schoolgebeuren. Dit  slaat op twee dingen : een mentaliteit en een activiteit.

De mentaliteit van medeverantwoordelijkheid betekent o.a.

* de medeverantwoordelijkheid willen dragen
* zich zowel op school als op straat discreet verantwoordelijk voelen voor alle collega's en alle leerlingen, dus ook voor die klassen waaraan men geen les geeft
* zich echt verantwoordelijk voelen voor het gebruikte materieel van de school, bijvoorbeeld geen licht laten branden als je als laatste een bepaald lokaal verlaat.
* de school of iemand van de schoolgemeenschap verdedigen waar ze/hij aangevallen wordt

De activiteiten van medeverantwoordelijkheid :

* optreden, waar nodig, in het belang van de school, bv. diefstal op school, deur van de klas niet op slot, netheid in de gang, open deur bij koud weer,   ...
* zich aansluiten bij een permanente en/of occasionele werkgroep op school, en er naar eigen vermogen aan meewerken
* via de gepaste kanalen suggesties doen of initiatieven ontplooien ter bevordering van het schoolleven
* zich houden aan afspraken
 

 

Dit opvoedingsproject is een ideaal , met alle gevolgen vandien. Idealen zijn er om naar te streven. Idealen zijn wegwijzers, lichtbakens, uitnodigingen om niet de weg van de minste inspanning te volgen. Wie zich dagelijks naar best vermogen inzet en bewust mee de weg opgaat die hierboven aangegeven wordt, kan terecht zeggen dat hij een waardige opvolger is van Monseigneur Scheppers. 

 

http://www.sni.be/sni%20algemeen/teksten/opvoedingsproject.htm


TERUG