terug


De kerndoelen en eindtermen bevatten zowel een gedrags- als een inhoudscomponent. De gedragscomponent wordt uitgedrukt door middel van een handelingswerkwoord. De inhoudscomponent geeft weer ten aanzien van welke leerinhoud de leerling de handeling moet kunnen uitvoeren.

GEDRAGSCOMPONENT IN DE GEFORMULEERDE DOELSTELLING

Hieronder vindt u meerdere lijsten van werkwoorden. De werkwoorden werden gegroepeerd volgens de mate waarin ze waarneembaar en beoordeelbaar gedrag weergeven.

Handelingswerkwoorden die specifiek zijn voor één vak, zoals herschrijven (Nederlands), aanwijzen (Aardrijkskunde) of vermenigvuldigen (Wiskunde) zijn niet opgenomen.

 

Operationele werkwoorden
- aangeven (b.v. de waarde van een tekst, de hoofdzaken),

- aantonen (b.v. van verschillen tussen plantaardige en dierlijke cellen), aanvullen (b.v. een muziekfragment), afleiden (b.v. een bepaalde formule),

- beargumenteren (b.v. het eigen standpunt),
- benoemen (b.v. op basis van bepaalde gegevens de verhouding),

- beschrijven (b.v. kenmerken van de parlementaire democratie), conclusies trekken,

- formuleren,
- gebruiken (afhankelijk van de inhoudscomponenten b.v. machtsverbanden),
- herkennen (bv. een bepaalde tekstsoort),
- inventariseren (b.v. voor- en nadelen van een bepaalde situatie),
- kiezen (b.v. informatiebronnen, een passende schaalverdeling),

- maken (b.v. schema's), mening geven, meten (b.v. de geluidssterkte), noemen (zie ook benoemen),
omzetten (b.v. verhoudingen omzetten in decimale breuken), ordenen (zie ook: 'structuren) (b.v. gegevens ordenen en overzichtelijk weergeven in kaarten, tabellen, diagrammen en schema's),
onderscheiden (feiten en meningen), onderzoek doen, onderzoeken (b.v. een probleemstelling), ontwerpen (b.v. proeven),

- opstellen (b.v. een gezinsbudget),
- opzoeken,
- presenteren (b.v. resultaten van eigen onderzoek); indien wordt toegevoegd op welke wijze de presentatie plaats vindt (b.v. in de vorm van een verslag),
- relatie/verband leggen,
- samenzetten (een tekst),
- schema's maken, schematiseren,
- selecteren (van bv. informatie),
- structureren (zie ook ordenen),
- tekenen (b.v. een diagram),
- toelichten (b.v. dat bij gedrag van de mens normen en waarden een rol spelen),
- toepassen (b.v. het principe van een gesloten stroomkring in uitdrukken (zie ook verwoorden),
uitleggen (b.v. de rol van geld in onze economische samenleving), uitvoeren (b.v. experimenten),
vaststellen (b.v. relevante variabelen), verband/relatie leggen (b.v. tussen de begrippen kosten, opbrengsten, winst en verlies ), verklaren (b.v. eigenschappen van elekrische stromen m.b.t verslag doen, een verslag maken,
- verwoorden/onder woorden brengen (zie ook: uitdrukken), vervangen (b.v. een formule vervangen door een gelijkwaardige), verwerken (b.v. van gegevens), verzamelen (b.v. van gegevens), voorbereiden (b.v. van eenvoudiege experimenten), voorspellingen doen/hypothesen formuleren, weergeven (b.v. experimentele gegevens overzichtelijk).
Minder operationele synoniemen
- aanwijzen: te specifiek; beter: aangeven, noemen,
- zich bedienen; beter: gebruiken,
- bepalen; beter: aangeven, noemen,
- gebruiken (van rekenmachine, bronnen, enz.); beter: noemen welk resultaat de
leerling moet bereiken, b.v. vermenigvuldigen met behulp van een rekenmachine
(zie ook lijst l),
- geven; beter: noemen, aangeven,
- duidelijk maken; beter: uitleggen, verklaren,

- hanteren: zie gebruiken,

- identificeren; beter: aangeven, herkennen, noemen, selecteren, innemen (eigen standpunt); beter: verwoorden, koppelen; beter: verband/relatie leggen, lokaliseren; beter: aangeven, omschrijven beter: beschrijven, verwoorden, oordeel geven; beter: mening geven, opschrijven; beter: verslag doen, verwoorden,

raadplegen: zie gebruiken, uiteenzetten; beter: uitleggen, verklaren, uitspreken; beter: verwoorden,

- verduidelijken; beter: uitleggen, verklaren,

- voorstellingen maken; beter: weergeven.

Vage werkwoorden
- analyseren; beter: aangeven wat het resultaat van de analyse moet zijn,

- beoordelen; beter: eigen standpunt, mening geven, bewerken (van informatie); beter: het resultaat van die bewerking benoemen, bij voorbeeld opstellen van schema, tabel, enz.

- interpreteren; beter: uitleggen, verklaren, inventariseren, ordenen of het resultaat van de interpretatie noemen,

- inzichtelijk maken: zie interpreteren, kanttekeningen plaatsen, kennen; beter: aangeven, noemen, verwoorden,

- nagaan, oplossen (problemen), reageren, redeneren, suggesties doen, schetsen; beter: aangeven, noemen, vergelijken; beter: aangeven wat het resultaat van de vergelijking moet zijn,

- verwerken (van gegevens); beter: aangeven wat het resultaat van de verwerking moet zijn.

Niet-operationele werkwoorden
- begrijpen,

- beschouwen,

- inzicht verwerven,

- kennis maken,

- kijken,

- lezen,

- luisteren, omgaan, ontwikkelen, met dit werkwoord kan een proces weergegeven worden maar geen eindterm of kerndoel, zich realiseren, reflecteren, verwerven, met dit werkwoord kan een proces weergegeven worden maar geen eindterm of kerndoel, vormen, met dit werkwoord kan een proces weergegeven worden maar geen eindterm of kerndoel.

Attitudes


Attitudes zijn werkwoordelijke uitdrukkingen of analoge zeggingen die wijzen op een "gerichtheid op" of het zijn concretiseringen van waarden.


- aandacht hebben voor,
- belangstelling hebben,
- gemotiveerd zijn,
- interesse tonen,
- gevoelig zijn,
- voor- of tegenstander zijn van,
- zich houden aan,
- gewonnen zijn voor,
- meeleven met,
- zich aangesproken voelen door,
- zich verplaatsen in,
- orde hebben,
- sociale zin tonen,
- een brede belangstelling hebben,
- objectiviteit nastreven,
- verwondering tonen,
- zin voor samenwerking hebben,
- efficiëntie tonen,
- doorzettingsvermogen hebben,
- durf tonen,
- eerlijk zijn,
- samenhorigheid tonen,
- solidair zijn met,
- verdraagzaam zijn,
- zelfstandig zijn.


Gegevens komen uit: bijlage 2 van de publicatie : DVO & SLO, Kerndoelen en eindtermen 1998 , p.122-125


terug