TERUG NAAR INDEX VAN DE ALGEMENE DIDACTIEK

Scroll naar beneden
DIDACTIEK VAN DE BEGIN
SITUATIE

2004 © P.Timmermans

 

PROBLEEMSTELLING

MAAKT HET EEN VERSCHIL ALS IK IN MIJN DIDACTISCH HANDELEN EXPLICIET REKENING HOUD MET DE BEGINSITUATIE?

HOE KIJK IK NAAR DE BEGINSITUATIE ALS IK VERTREK VAN DE VOOROPGESTELDE EISEN?

WAT BIEDT DE BEGINSITUATIE ALS IK PROCESGERICHT LESGEEF?

HOE KADEREN WE DAT?

Scroll naar beneden of klik

De didactische beginsituatie in het algemeen

Wat schrijven we in onze lesvoorbereiding bij de BEGINSITUATIE van deze les?

Productgerichte versus procesgerichte beginsituatie: schematisch overzicht

Productgerichte beginsituatie

Procesgerichte beginsituatie

terug naar TOP

 DE DIDACTISCHE BEGINSITUATIE

ALGEMEEN

1. LEERLING (intrapersoonlijk aspect)

leerprestaties (didactische leerindex vooral voor het vak wiskunde is indicatief) , leergeschiktheid: welke intelligenties,

fysiek, karakter, zelfbeeld, meisje/jongen (=> vrijetijd: 63% meisjes - 13% jongens TV-kijken) , referentiekader, taalbeheersing(bv. klaswoordenboek voor Brusselse anderstaligen en migranten; welke talen circuleren in het taalbad? <= ouders, grootouders), leergierigheid, draagkracht, frustratietolerantie, stressbestendigheid, subjectieve beleving van het vak, motivatie, welbevinden ("Scholen zijn kinderachtig en saai"), ontwikkelingsfase, gezinstoestand (LOSO-onderzoek van J. Van Damme (K.U.L.): bv. leerling uit stabiel gezin doet beter zijn best; bv. in het SO worden thuistaal en nationaliteit significant; de meerderheid van de allochtonen worden sneller naar het BSO verwezen; de schoolcarrière bij kinderen van laagopgeleide en/of werkloze ouders maakt de kloof met het verwachte aanvangsniveau spectaculair groter: tot 4 schooljaren verschil einde lager onderwijs ...

hoe zijn jongeren? Klik hier.


2. KLASGROEP EN KLASKLIMAAT (interpersoonlijk aspect)

spanning, stress, concurrentie, groepstevredenheid, groepssamenhang en groepsgedrag (onderzoek K.U.L.: Je wordt pas man als je rondlummelen kan), ervaren moeilijkheidsgraad, type van onderlinge communicatie en interactie, klascomfort (onderzoek: de samenstelling van de leerlinggroep bevordert de leermotivatie en leerprestatie van de leerling) ...


3. LEERKRACHT

bevoegdheid, ervaring, referentiekader, persoonlijke geschiedenis, teambeleving, onderwijsstijl, wil, inzet, leergierigheid, houding tgo. lesgeven, innovatiegerichtheid, aanwezige competenties inzake werkvormen, leerbegeleiding, mediagebruik ...


4. SCHOOL (specifieke context van de school)

algemeen materiële omkadering, inplanting van de school in de omgeving, samenstelling van het lerarencorps (leeftijd, geslacht, talenten ...), gehechtheid aan onderwijsnet (koepel), organisatiesysteem van vakken en lestijden (bv. graadcoördinator), financiële toestand en beleid, algemene afkomst en samenstelling van de schoolbevolking (sociografisch aspect), participatiegraad van de leerlingen en ouderparticipatiebeleid, houding tgo. de "overheid"( bv. doorlichting, vakoverschrijdende eindtermen), opvoedingsproject, schoolcultuur, teamvorming, sanctiecultuur (examens, arresten,...) verborgen leerplan, houding tegenover en interactie met de buitenwereld (CLB, sport en cultuur in de gemeente, politie), beleid en algemene organisatie inzake sancties, excursies, uitstappen ...


5. ALGEMENE SITUATIE (algemene context)

jaargetijde & weersomstandigheden, tijdstip in het schooljaar, maatschappelijke gebeurtenissen, politieke actualiteit, welvaart en actuele economie, uitbreiding van de EU ...

Wat schrijven we in onze lesvoorbereiding bij de BEGINSITUATIE van deze les?

 - leerinhoudelijk (plaats leerstofpunt)
- verwachte startpositie (voorkennis ...)
 - aansluiting leefwereld (+ gevoelswereld / ervaringen)
- actualiteit / maatschappelijk
 - lessituatie
 - concrete aanknopiging groepssamenstelling, groeperingsvorm

terug naar TOP


PRODUCT- EN PROCESGERICHTE BEGINSITUATIE: OVERZICHT

   PRODUCTgericht
= veldloopmodel
 PROCESgericht
= expeditiemodel
   Doelen zijn al bepaald.
Eisenpakket staat vast en de leerling(en) moet(en) zich daaraan aanpassen. Niet omgekeerd.
 Beginsituatie bepaalt het leertraject / het leerproces. Doelen worden pas dan daarop afgesteld. Niet omgekeerd.
 Interne beginvoorwaarden

 Beginsituatie ­ onderzoek betreft
DE JUISTE SELECTIE:
Is de leerling GESCHIKT voor dit onderwijs?

Zo vroeg mogelijk opsporen om succes veilig te stellen via schoolvorderingentest + intelligentie-uitslag.
Wie niet geschikt is, wegselecteren.

Het kennen van de persoonlijke beginsituatie is essentieel voor een goed verloop van het onderwijs
 Externe beginvoorwaarden Goed onderwijs gebeurt best in homogene groep.
Leerling in de juiste leergroep of onderwijsvorm plaatsen
Want er is het
LEERSTOFJAARKLASSENSYSTEEM
(de gemiddelde leerling van de klasgroep)
Goed onderwijs is per definitie gepersonaliseerd.
Dus:
de SCHOOL geschikt maken voor het leertraject van de leerling (de gemiddelde leerling bestaat niet)

terug naar TOP


PRODUCTGERICHTE BEGINSITUATIE

I. INTERNE BEGINVOORWAARDEN BEPALEN (=> DE LEERLING MOET ZICH AANPASSEN)

" Als we in 't begin het niveau van de intelligentie kennen, dan kunnen we eigenlijk (via een I-test) al de schoolresultaten binnen 9 maand voorspellen (= schoolsucces) ."
Intelligentie
(leergeschiktheid) als sleutel om te selecteren. (Klik op INTELLIGENTIE)
Intelligentietest = PREDICTOR voor schoolsucces


AXIOMA 1: De verschillen van intelligentie staan vast en zijn niet weg te werken.
AXIOMA 2: iedereen heeft een onveranderlijke intelligentie.
AXIOMA 3: intelligentie is zeer belangrijk op school.

=> SCHOOL ALS PLAATSINGSBUREAU

BEZWAREN =


1. Samenhang intelligentie ­ schoolresultaten vermindert in de loop van de schoolloopbaan zeker in de loop van het SO.
2. Een leerling is méér dan een I-score. De intelligentie is een deel van de persoonlijkheid (bv. karakter, emotionele I).
3. Verworven kennis speelt grotere rol in schoolresultaat (leeromgeving is bepalend zie kansarme kinderen)
4. DE MENS is wel veranderbaar. (dynamisch)
=> Verwachtingen: Pygmalioneffect => zelfbeeld
3. De leeromgeving bepaalt sterk de schoolprestatie.
4. Mislukkingen: niet alleen interne beginvoorwaarden spelen mee; ook externe.

Recente ontwikkelingen lees je in het IQ-debat.

II. EXTERN BEGINVOORWAARDEN AFSTEMMEN: de instroom regelen

Hoe leerlingen verdelen? WELK ONDERWIJSSYSTEEM? KLIK OP HET SECUNDAIR ONDERWIJS
BESTE FORMULE = zo vroeg mogelijk SORTEREN (in het juiste hokje) en elimineren wie er niet in past. => ZITTENBLIJVEN (5% van de eerste graadleerlingen blijft zitten; in de 2de en 3de graad van TSO en KSO is de uitval
HOMOGENE GROEPEN MAKEN (homogeniseren) binnen LEERSTOFJAARKLASSENSYSTEEM (< klik)

A. INTER-SCOLAIRE of INSTITUTIONELE differentiatie:
kiezen tussen onderwijsvormen ASO, TSO, BSO, B-klas

HISTORISCH gaat de hiërarchie van de onderwijsvormen (schooltypes) terug op:
1. standenverschillen
2. capaciteiten
3. veldloopmodel
B. INTRA-SCOLAIRE differentiatie
1. streaming: niveauklassen
2. setting: per vak Klik hier voor een toepassing=> Het gaat niet goed met de jongens
3. gematigd homogeen

- voortdurend homogeniseren, dus voortdurend selecteren;
- klassikaal lesgeven
- de gemiddelde leerling = de normleerling
- het cognitieve alleen is beslissend


C. INTRA-klassikale differentiatie of kortweg KLASdifferentiatie: gericht op minder productgericht onderwijs

terug naar TOP

 

PROCESGERICHT DE BEGINSITUATIE BEPALEN
Niet via betere selectie en predictie, maar
als het onderwijs zichzelf voldoende actief aanpast,
kunnen leerlingen beter leren (kwaliteitsvoller).

I. INTERNE aspecten bij de leerling (AFSTEMMEN VAN DE SCHOOL OP DE LL.)

 

Elke leerling begint aan het leren vanuit een eigen geschiedenis = persoon, gezin, school. Klik> Hoe zitten leerlingen in elkaar? Vergelijk.
Om de verschillen in leerprestaties tss. lln. te verminderen, neemt men in de adaptieve (procesgerichte) beginsituatie correctieve maatregelen om er iets aan te doen

Klik hier voor leerlingenprofielen.


A.Cognitief begingedrag: (verklaart voor de helft de verschillen in aanvangsniveau!)

welke voorkennis? (via leertaakanalyse, pretoetsen en remediëring)
welke leerstrategie? (ga voor een concrete leerstijltest naar http://impuls.kulak.ac.be/kolb )

Klik op mooie oefening: wat weten leerlingen NIET wat wij wel weten, want meegemaakt?


B. Affectief begingedrag:
(verklaart voor 1/4 de verschillen inzake aanvangsniveau!)

1. zelfvertrouwen vs. faalangst
2. studiemotivatie HOE GEMOTIVEERD ZIJN LEERLINGEN? <= KLIK


a. leergierigheid: kennisdrang?
b. houding tgo vak:
leren of presteren?
taakgerichtheid of ik-gerichtheid?


c. keuzegedrag/ vrijheid / zelfcontrole


3. inzet

4. welbevinden:

a. Voelt de leerling zich thuis op school?

b. Doet de leerling zijn best?

c. Heeft de leerling het gevoel de leertaken goed aan te kunnen?

d. Is de leerling goed opgenomen in zijn klasgroep?


C. Kwaliteit van het onderwijs (verklaart voor 1/4 de verschillen in aanvangsniveau!)


1. wijze van presenteren en structureren
2. bekrachtiging
3. actieve oefenkansen
4. tussentijds toetsen / remediëren

 

II. EXTERNE aspecten van de procesgericht beginsituatie

- comprehensieve onderwijsstructuur (zie ook het secundair onderwijs):
brede basis - selectiearm - maatschappelijk

De Folkeskole (Denemarken) stelt het kiezen van de studierichting uit tot 16 jaar. Het basisonderwijs duurt er van 7 tot 16 jaar.


- adaptief vriendelijke organisatie (adaptief= aanpassing aan de jongere = procesgericht)
-
INTERSCOLAIR
- INTRASCOLAIR
- OP MICRONIVEAU

terug naar TOP


Verwerkingsvragen:

A. Praktische vraag: neem een lesonderwerp uit één van je onderwijsvakken. Bepaal de beginsituatie van deze les. (zie handboek + zie boven).

1. Hoe ziet de start van deze les eruit in een meer productgericht onderwijs?

2. Hoe ziet de start van deze les eruit in een meer procesgerichte beginsituatie?

3. Vergelijk en beoordeel het effect op de leerling.

 

B. Welk verschil is er tussen klasdifferentiatie in een productmodel en in een procesmodel?


terug naar TOP

naar didactische bronnen => klik hier

TERUG NAAR INDEX VAN DE ALGEMENE DIDACTIEK

All rights © P. Timmermans