DIDACTISCHE PRINCIPES

terug naar index did. vd onderwijsleersituatie

Het feit dat de leraar voor de keuze staat (welke inhoud?) is eerder een kwestie die aan de orde kwam in de tweede helft van de twintigste eeuw. COMENIUS probeerde in de 17de eeuw nog om alle kennis aanschouwelijk in één leerboek te plaatsen: Orbis sensualium pictus (1658).
Naarmate de stedelijk-industriële samenleving complexer werd, wordt een universele en encyclopedische kennis en aanpak à la Comenius erg aanvechtbaar: Wat is waardevol genoeg om als culturele verworvenheid over te dragen?

 

GROEPSTAAK
Uitwerking van een didactisch principe

Algemeen doel = zich verdiepen in één van de didactische principes waarbij de rol van de leerkracht belangrijk is: aanschouwelijkheid, activiteit (zelfwerkzaamheid) , belangstelling (motivatie), integratie, herhaling, differentiatie (individualisatie), beperking (apperceptie) en geleidelijkheid. Recent worden (eerder) leerlinggerichte principes naar voren geschoven: expressie en creativiteit; betrokkenheid & welbevinden; zorgverbreding en ... humor (animatie).

1. Basistekst: Maria DE GRAEVE, Lesvoorbereiding en lesevaluatie op basis van didactische analyse. Antwerpen, SWY, 1973, p. 95-111.

2. Complementair groepswerk: via samenwerking komen tot een gemeenschappelijk paper waarin de onderdelen op elkaar zijn afgestemd. Accent ligt op de essentie en op de didactische toepasbaarheid in concrete lessen. Er is een groepsverantwoordelijke die ook een logboek bijhoudt van wie wat wanneer (samen) deed om het op vraag aan de pedagoog te tonen.
a. Ieder groepslid neemt eerst de basistekst over het gekozen principe door;
b. Samenkomst over de basistekst volgens onderlinge afspraak;
c. Afspraken binnen de groep : verdeling van het werk, opzoekingswerk ( bronnen), enz.;
d. Samenkomst: elkaars bevindingen en vragen bespreken;
e. Definitieve uitwerking in functie van de presentatie.

3. Tussentijdse begeleiding volgens afspraak.

4. Rapportering in klasverband volgens afspraak: duurt normaal slechts 12 ' per principe en gebeurt in overeenstemming met het gekozen principe. Deze didactische aanpak wordt ook voorbereid. Binnen de voorziene tijd kan de groep geen volledigheid nastreven, wel verheldering. Een voorlopig groepspaper wordt afgegeven aan de pedagoog bij het begin van de presentatie.

5. Definitief paper: alle studenten van de klasgroep ontvangen één week later een (bijgewerkte) synthese van maximum 2 getypte bladzijden (BIN-normen punt 11). Klas (bv. 1 AVB) en de namen van de groepsleden worden in de kop van het paper vermeld.


Inhoudelijke punten zijn:

1. Kenmerken (essentie van het principe, onderscheid met andere principes)

2. Waarom zinvol in het secundair onderwijs? (situering, achtergrond, onderliggend leerproces, mogelijkheden en grenzen),

3. Toepasbaarheid en concrete voorbeelden (lesgericht).

4. Geraadpleegde bronnen (met inbegrepen van geraadpleegde artikels, internetlinks en papers).

De groepspresentatie (=vóór Pasen) naast de individuele inzet en betrokkenheid bij het uitvoeren van de opdracht (cfr.logboek) spelen zowel positief als negatief een rol bij het synthesecijfer voor onderwijspraktijk. Aan ongewettigde aanwezigheid op de groepspresentatie wordt zwaar getild.

6. Voor het (mondeling) examen verwerkt en studeert elke student(e) zijn/ haar didactisch principe en brengt onderscheid en contrast met één of meerdere (andere ) principes ter sprake. De student(e) brengt een kopie van zijn/haar groepspaper mee naar het examen. Daarop kunnen eventueel persoonlijke aanvullingen enz. aangebracht worden.

 

2004 © P.Timmermans


TERUG naar index did. vd onderwijsleersituatie

TERUG NAAR INDEX VAN DE ALGEMENE DIDACTIEK

All rights © P. Timmermans