TERUG NAAR HOOFDPAGINA   

 TERUG NAAR INDEX ALG. PEDAGOGIEK

NAAR INDEX ALGEMENE DIDACTIEK     

NAAR INDEX PEDAGOGISCHE VISIES

Scroll naar beneden of klik aan

GEÏLLUSTREERDE INLEIDING TOT DE

ALGEMENE PEDAGOGIEK

Klik hier => naar OEFENINGEN

 

1. Wat?

2. Wie?

3. Alg. ped. en het pedagogisch netwerk van hulpwetenschappen

4. Basisopvattingen (visies)

5. Beknopt overzicht van de visies

1. Wat?


Algemene pedagogiek is de wetenschappelijke studie van het opvoedingsgebeuren / de opvoedingswerkelijkheid.

Wat in dit studiedomein thuishoort, is eigenlijk sterk afhankelijk van
- de maatschappelijke situatie (sociaal-economisch en politiek systeem) en de functie die men aan 'opvoeding' algemeen toekent;
- de invulling en afbakening van het begrip 'opvoeding';
- de wetenschappelijke benaderingswijze en het ideologisch referentiekader dat de pedagoog hanteert om de pedagogische werkelijkheid door te lichten.

Pedagogie betreft de praxis van het opvoeden (ouders, leerkrachten ...).
Pedagogiek betreft de theoretische reflectie over opvoeding en wordt beoefend door pedagogen. De termen opvoeding en pedagogie worden in het dagelijks leven door elkaar gebruikt. We zouden een lans willen breken voor de term pedagoog voor diegenen die een (wetenschappelijk) onderbouwde pedagogische scholing hebben (dus ook leerkrachten?) en de anderen die bezig zijn met opvoeden , de opvoeders (in het veld), dus ook de leraar als opvoeder.
Leraren moeten in hun pedagogische verantwoordelijkheid voortdurend aan pedagogische reflectie doen. De pedagogen die pedagogiek als vak gestudeerd hebben en bestuderen, worden geacht het pedagogisch denken en handelen overstijgend door te lichten.
De leraar functioneert optimaal in het onderwijs als hij/zij zich pedagogisch weet te verantwoorden en "zo objectief mogelijk" op zoek is naar de ware toedracht van opvoeding. Tenslotte hebben leerkrachten als opvoeders geen vrijblijvende job: zij moeten verantwoording kunnen afleggen tegenover de gemeenschap.
De huidige samenleving in het algemeen en de ouders in het bijzonder laten de leerkrachten van tegenwoordig niet met rust. Men verwacht van elke professionele opvoeder dat hij/ zij zijn pedagogisch handelen kan verantwoorden.
Verantwoord opvoeden veronderstelt dus AFSTAND NEMEN d.i. reflectie zonder vooroordelen, systematisch, zo objectief mogelijk.

2. Wie houdt zich momenteel bezig met de reflectie op het opvoedingsgebeuren?


Niet alleen de pedagogen! Er zijn primaire en secundaire opvoeders.


Er is een merkbare verschuiving aan de gang: pedagogische thema's worden niet meer uitsluitend aangesneden door vakspecialisten (de pedagogen zelf). De actuele pers en media én de politieke wereld houden zich zeer regelmatig intensief bezig met bepaalde pedagogische kernproblemen en evoluties. Kijken we naar het effect op de bevolking en op het maatschappelijk denken in het algemeen is deze pedagogische reflectie van niet-specialisten moeilijk te onderschatten: het gaat om speciale TV-debatten en - reportages, algemene tijdschriftartikels, speciale bijlagen in dag- en weekpers, internetsites.
De pedagogische reflectie van de vakspecialisten (de diploma-pedagogen) betreft echter overkoepelende thema's die voorwerp zijn van wetenschappelijk onderzoek, enquêtes, vergelijkende literatuurstudie, interviews met opvoeders en pedagogen uit binnen- en buitenland enz.


3. De pedagogiek als wetenschap en het belang van de hulpwetenschappen

A. Recent

Gewoon formeel deelt men de pedagogiek op in:
- fundamentele pedagogiek
- historische pedagogiek
- onderwijspedagogiek
- psychopedagogiek
- orthopedagogiek
- sociale pedagogiek.

Historisch is de algemene pedagogiek geboren uit het filosoferen door pedagogisch geïnspireerde filosofen. Later is de psychologische benadering van het opvoeden op de voorgrond gekomen en nog recenter werd de pedagogische wetenschap beheerst door een sociologisch jargon. De neurofysiologie wint meer en meer veld ook in het pedagogisch gebied.


Pedagogiek kan inderdaad beroep doen op verschillende wetenschappen. Rechtswetenschappen, politieke en sociale wetenschappen, de historische wetenschap, filosofie en moraal, biologische en medische wetenschappen, psychologie, economie, ecologie en technologie zijn voor de pedagogiek onontbeerlijke hulpwetenschappen om vat te krijgen op het complex en dynamisch studieobject dat opvoeding heet.

Deze multidisciplinaire studie van de pedagogische werkelijkheid als studieobject levert het pedagogisch netwerk op.

Klik hier of op het schema en dring door tot in de vezels van het PEDAGOGISCH NETWERK

B. PEDAGOGIEKEN

Er bestaan verschillende stromingen in de pedagogiek, omdat een levensbeschouwelijke visie moeilijk uit te sluiten is bij het wetenschappelijk bedrijven van pedagogiek.

Klik hier of op het schema.


Diverse pedagogieken zijn ontstaan: de normatieve pedagogiek, de fenomenologische pedagogiek, de pedologie, de niet-pedagogische beweging, de Steinerpedagogiek enz. Alle hanteren zij een specifiek waarden- en normenstelsel en volgen een eigen methodologische aanpak. De resultaten van de pedagogiek als wetenschap worden bijgevolg sterk gekleurd door de stroming waartoe de pedagoog (gewild of ongewild) behoort.

Pedagogiek is een relatief jonge wetenschap. De positieve wetenschappers betwijfelen dat het wetenschappelijk karakter in de pedagogische studie niet haalbaar is, precies omwille van de subjectgerichte materie (waarmee pedagogen zich bezighouden) en omwille van methodische opties die resulteren in pedagogische denkstromingen.
Bij nader toezien is evenwel het statuskarakter van wetenschap ook aanvechtbaar bij de positieve wetenschappen.

De strijd om de geloofwaardigheid van wetenschappelijk verantwoorde kennis in de algemene pedagogiek draait om

afstand nemen (streven naar objectieve kennis)
versus
betrokkenheid / inleving in het studieobject (subjectiviteit) .


Pedagogische kennis is het resultaat van een nauwkeurig bestuderen (afstand) van de pedagogische werkelijkheid. Anderzijds veronderstelt men van een pedagoog voldoende betrokkenheid in de studiematerie om zinvolle uitspraken te doen.


4. BASISOPVATTINGEN / VISIES IN DE PEDAGOGIEK

 

Wat behoort tot het studieveld van de algemene pedagogiek?

Wat valt buiten studie van het object "opvoedingswerkelijkheid"?
Het eigenlijk antwoord is afhankelijk van de visie die men heeft over opvoeding.

Een professioneel opvoeder moet via zelfreflectie op zoek gaan naar zijn/haar invulling van het begrip 'opvoeding'.

Confronteer je eigen basisopvatting met een definitie van opvoeding welke je in de pedagogische literatuur ontmoet.

Cruciaal in een pedagogische visie is de positie en functie van de opvoeder in het opvoedingsproces.

Ontdek telkens het specifieke in elke onderstaande basisopvatting over opvoeding:
Vergelijk met je eigen opvatting. Bij welke visie leunt jouw eigen opvoeding in het algemeen aan? Bij welke onderstaande visie(s) leunt jouw basisopvatting aan?

1. Opvoeding gaat uit van de opvoeder die zich gedraagt en zich beschouwt als de verantwoordelijke voor de opvoedeling. Vanuit deze intentie grijpt hij/zij (letterlijk of figuurlijk) in.

2. Opvoeding is op de eerste plaats een samenzijn van opvoeder en kind(eren).

3. Opvoeden is het scheppen van een gunstig klimaat waarin het kind / de jongere tot zelfontplooiing komt. De opvoeder bemiddelt in de zelfopvoeding.

4. Het opvoedende ligt vervat in de (echte) relatie en is niet in handen van de opvoeder zelf.

5. Het is de maatschappij die opvoedt.

6. Opvoeden is niet meer dan een machtsvrije dialoog / communicatie.

 

KLIK HIER VOOR > KRITISCHE VERWERKINGSOEFENINGEN INLEIDING ALG. PEDAGOGIEK

5. OVERZICHT VAN DE ALGEMENE PEDAGOGISCHE OPVATTINGEN

Het pedagogisch denken is lang verbonden geweest met levensbeschouwelijke stromingen of met bewegingen die gebaseerd zijn op filosofische, psychologische, sociologische of politieke referentiekaders.

   

De 'bijbel' van de personalistische pedagogiek in de twintigste eeuw was Beknopte theoretische pedagogiek van M.J. LANGEVELD. Elk opvoedingsverschijnsel (bv. het contact tussen opvoeder en kind, kindermishandeling, verwaarlozing, schoolmoeheid enz.) moet men volgens Langeveld in de opvoedingswerkelijkheid zelf benaderen zonder vooropgezette 'templates' (schablonen). De fenomenologisch geïnspireerde pedagoog probeert onbevangen te handelen, dus van binnen uit en zonder een vooropgezet begrippenarsenaal of vooroordeel. De fenomelogische beschrijving van de West-Europese opvoedingspraktijk vindt plaats als men probeert zich optimaal in te leven in de belevingswereld van het kind en van daaruit de situatie beschrijft. Deze pedagogiek "op-de-knieën" herleidt ten slotte het opvoedingsverschijnsel tot de essentie, niet alleen om beter te verstaan, maar ook om een effectieve opvoedingspraktijk op gang te brengen (pragmatische betekenis). Volgens Langeveld is de kern van het opvoedingsverschijnsel het pedagogisch ingrijpen in liefde en vertrouwen gericht op zelfverantwoorde zelfbepaling. PERQUIN (christelijke pedagogiek) beweerde dat niet het pedagogisch ingrijpen maar het samenzijn in de opvoedingsrelatie de kern reeds aangeeft van het opvoedingsgebeuren. Philip KOHNSTAMM (midden twintigste eeuw) is te beschouwen als het toppunt van personalistische pedagogiek (oude stempel) door de gewetensvorming als kern van de opvoeding tot zelfopvoeding te benadrukken.

De behavioristische kijk op opvoeden (zie psychologische stromingen) vinden we bijvoorbeeld terug in de trainingsprogramma's van opvoeders, orthopedagogen en gedragstherapeuten die concrete gedragsproblemen bestuderen en aanpakken. (bv. slechte eter; bedplassen; agressie; angst).
De gedachtengang is de volgende: gewenst gedrag moet worden beloond (= positief bekrachtigd) en ongewenst gedrag gestraft (= negatief bekrachtigd). Wanneer de opvoeder dit consequent volhoudt, zal volgens de behavioristen het kind leren zich op een maatschappelijk aanvaarbare wijze te gedragen. Daardoor zal het waardering van de omgeving oogsten, zelfrespect opbouwen en het vermogen om zich in de samenleving te handhaven.
Een kind dat in het gezin geen of weinig aandacht krijgt door de drukke bezigheden van de ouders gaat lastig doen. Als men daarop reageert met afkeuring of straf, wordt het ongewenst gedrag niet bestreden. Als het kind rustig zit te spelen en dus gewenst gedrag vertoont, krijgt het geen speciale aandacht en ervaart het dit als een negatieve bekrachtiging. Men leert het kind iets aan of iets af en gaat niet in op de oorzaken van het gedrag.
Het spreekt vanzelf dat deze benadering van toetsbare hypothesen (met een experimentele groep vs controlegroep) gemeten wordt en toegankelijk is voor iedere empirisch-analytische pedagoog (bv. Rita Kohnstamm in 'Ouders van Nu' en verschillende pedagogische onderzoeksinstituten). De empirisch-analytische stroming heeft in het onderwijs geleid tot onderzoek naar de invloed van klasgrootte, leermethodes enz.

Volgens de cognitieve psychologie wordt gedrag niet alleen bepaald door stimuli en bekrachtigers maar ook door mentale verwerkingsmechanismen (denkwegen, geheugenwerking, enz.) binnen de persoon.
Voorwaarde om belemmerende disposities in het probleemgedrag aan te pakken (bijv. door te schreeuwen en te huilen zijn zin krijgen) is dat men inzicht heeft in de totaliteit van de situatie.

Het gedrag van de mens wordt in de psychoanalytische benadering volgens Sigmund FREUD primair gestuurd door het verlangen naar lustbevrediging (libido). Hij begrijpt de psychische ontwikkeling als een strijd tussen de primair biologische driften (lichamelijk-emotionele lustbeleving) en de onderdrukking daarvan binnen de heersende cultuur. Verloopt de socialisatie gestoord, kan dit aanleiding geven tot neurotische stoornissen.
De Amerikaanse kinderarts Benjamin SPOCK toonde in zijn pedagogische geschriften verwantschap met deze stroming.
Opvoeding komt in de psychoanalytisch versie neer op het ondersteunen en begeleiden van het socialisatieproces. Het opgeven van de directe lustbevrediging door het kind wordt gecompenseerd door de liefdevolle aandacht van de volwassenen en door de wil van het kind om op hen te lijken (identificatie). Uitgangspunt voor gedragsstoornissen bij kinderen is het verstoord evenwicht tussen het IK (Ego), het HET (Es) en het GEWETEN (Superego) van de mens.
In haar streven om de gevolgen van een autoritaire opvoeding bloot te leggen, heeft Alice MILLER Duits psychotherapeute, in haar boeken Het drama van het begaafde kind en In den beginnen was er opvoeding de 'zwarte' pedagogiek bestreden: de negatieve effecten van een opvoeding waar opvoeders onvoldoende ruimte laten voor de eigen ontwikkeling van het kind, precies omdat ze hun eigen angsten en verlangens in het kind projecteren en daardoor de authentieke ontwikkeling (d.i. zonder dwang) in de weg staan. De niet-pedagogische beweging in de jaren tachtig (zie René GÖRTZEN, Weg met de opvoeding) was een heftige aanklacht tegen de betuttelene omgang en tegen het onvoorwaardelijk gehoorzamen aan de dominante opvoedingsmacht. (cfr. Guus KUYER in Het geminachte kind: "Laten we ophouden met opvoeden").

De humanistische psychologen gaan ervan uit dat ieder mens een ingeboren kracht heeft die streeft naar een volledige ontplooiing van de persoonlijkheid. Uiteraard zijn er individuele verschillen en kan eenieder op zijn manier en niveau komen tot zelfrealisatie. Pas als aan de primaire behoeften (lichamelijk contact, veiligheid, communicatie, zelfrespect) is voldaan, komt de persoon toe aan de groeibehoeften (liefde, creativiteit, religieuze gevoelens ...).
Ongunstige maatschappelijke omstandigheden en negatieve opvoedingsfactoren kunnen deze persoonlijke groei tegenhouden.
Vooral Carl ROGERS (Leren in vrijheid) heeft zich beziggehouden met de vraag hoe deze groeibelemmeringen, het blijven hangen in de primaire behoeftenbevrediging, kunnen opgeruimd worden. Hij noemt de zwakke plek hier het ontbreken van overeenstemming (congruentie) tussen het organisme (bewuste en onbewuste gevoelens en strevingen) en de omringende wereld, tussen het beeld dat de persoon heeft van zichzelf (het zelf) en het beeld van hoe hij zou willen zijn (het ideale zelf). Het ontdekken van de eigen frustraties en belemmeringen en het vermogen om deze problemen zelf aan te pakken, staan in Rogers' non-directieve methode centraal.
Voor de humanistisch geïnspireerde pedagoog is positieve achting het opvoedingsmiddel bij uitstek om het kind als uniek organisme te erkennen. Dat betekent dat de opvoeder bereid is te luisteren naar het kind, vóór het kind gevraagd wordt te luisteren naar de volwassene.

 In plaats van de werkelijkheid van waarden en normen op te leggen aan het kind, moet de opvoeder in de visie van Thomas GORDON (Luisteren naar kinderen en Opvoeding tot zelfdiscipline) op de eerste plaats communiceren (=tweerichtingsverkeer). Naast een gebrekkige communicatie worden veel opvoedingssituaties volgens Gordon gekenmerkt door een, meestal onbewuste, machtsstrijd tussen opvoeder en kind. Zij beschikken daarbij beide over machtsmiddelen. Die van het kind (huilen, zeuren, het schuldgevoelen van de ouders bespelen, ziek worden, bedplassen enz.) zijn vaak niet minder spectaculair dan die waarover de opvoeders beschikken (later zal je mij dankbaar zijn, tegen wie spreek jij? enz.). Gordon leert opvoeders deze machtsstrijd te onderkennen en te vermijden, zodat er een win-winsituatie ontstaat waar ouders én kind beter van worden (in plaats van: ik win - jij verliest of jij wint - ik verlies).

In de procestheorie is opvoeden het in relatie staan van opvoeder(s) en kind(eren) waarin de opvoeder zich als persoon geeft en een klimaat creërt dat persoonlijkheidsgroei bevordert en leefsituaties zo hanteert dat deze optimale kansen bieden op zelfontplooiing. Dit opvoedingsproces is dynamisch want de opvoeder voedt niet op naar een door hem vooropgezet doel.

Voorloper in de jaren zestig was Duitse pedagoog Martin BUBER. Voor deze dialogale pedagoog is opvoeden niet in de opvoeder of in de opvoedeling gelegen maar in het "Tussen": persoonlijk contact voedt op mits het een echte relatie is. De bestemming van de mens is mens-met-de-medemens. Zijn dialogale pedagogiek is personalistisch én sociaal in de volle betekenis van de dialoog.

Volgens de communicatietheorie bevindt elke mens zich in een netwerk van communicatiesystemen (bv. school, gezin, jeugdbeweging, kerk, media, beroep, tweede huwelijk ...) en gaat er zich ook naar gedragen. Daarin speelt de voorgeschiedenis van de communicatie een rol maar ook de vaak onuitgesproken belangen van beide partijen. Niet alleen de inhoud van de boodschap speelt mee bij communiceren, maar ook wie communiceert en de manier waarop deze plaatsvindt. Eenzelfde mededeling (bv. "Je zou beter je best moeten doen") krijgt een andere betekenis als de leerling deze boodschap aan de leerkracht durft te brengen. Naarmate het communicatiesysteem meer wankelt, kunnen er situaties ontstaan waardoor de solidariteit tussen ouder(s) en kind ernstig verstoord of zelfs vernietigd wordt. Normen en waarden gaan in een communicatiegestuurde pedagogiek terug opduiken. Gevoed door een procesgerichte opvoedingsmentalititeit is de interactieve pedagogiek op het einde van de twintigste eeuw veelal een verbale opvoeding: het verwoorden van het gedrag, van een wens, een verwachting, het bespreekbaar maken van gevoelens, het blootleggen van referentiekaders enz. zonder het kind psychomotorisch te beroeren.

 

 

Vanuit zijn aanpak van hedendaagse opvoedingsproblemen (vb. concentratiestoorrnissen, hyperactiviteit) ontdekt Jaap HUIBERS (Opvoeden ... de kans voor je kinderen, 1998) de fundamentele geborgenheid en affectieve betrokkenheid van primaire opvoeders als essentieel in een gezonde opvoeding.

De wegwijzer voor leerkrachten "Opvoeden in de klas" van H. Van den Broeck (Lannoo, 2002) is eigenlijk een verbeterde versie van de communicatieve pedagogiek en toepassing van Gordon's visie.

 

 
 De kritisch emancipatorische pedagogiek is een containerbegrip voor een pedagogische stroming die zich verzet tegen onrecht en maatschappelijke onderdrukking, tegen opvoeding die erop gericht is bestaande maatschappelijke verhoudingen en dus ook het onrecht in stand te houden. Om de reproductie van de bestaande ongelijkheid bij mensen een halt toe te roepen, moet de achterliggende maatschappij-ideologie ontmaskerd worden. Bv.: binnen het kapitalistisch stelsel is emancipatie in wezen niet mogelijk, omdat productie van goederen en diensten gedirigeerd worden niet door het persoonlijk welzijn maar door winstmotieven. Opvoeding die los van de maatschappelijke context bestudeerd wordt, bevestigt eigenlijk de heersende politieke orde. Het belangrijkste doel van de emancipatorische pedagogiek is individuele mondigheid en het wegnemen van maatschappelijke ongelijkheid, van racisme enz.. Dat doet de kritisch emancipatorische pedagogiek door onderzoek (theorievorming) te koppelen aan actie (veldwerk).

Varianten van de mondigheidsopvoeding in de zeventiger jaren waren de anti-autoritaire opvoedingsbeweging en De pedagogie der onderdrukten van Paolo FREIRE (in de jaren zeventig). Lea DASBERG vroeg in haar pedagogische publicatie Groothouden door kleinhouden o.a. meer bedachtzaamheid ivm de historische context van elk opvoeden en voor de herwaardering van fantasie als pedagogische factor (in kinderboeken).

 Peter ADRIAENSSENS is kinderpsychiater, integreert in zijn "Opvoeden is een groeiproces" en "Opvoeding tot weerbaarheid" (1997) persoonsgerichte stromingen.

"Met bv. kinderangsten gaan we op een constructieve wijze om, zodat we verder kunnen gaan dan een diagnostische ontleding van het pedagogisch probleem en rekening houdend met de interne verwerkingsprocessen van het kind."

 

De postmodernistische pedagogiek (van de jaren tachtig en negentig) haalt evidenties onderuit en stelt gevestigde uitgangspunten ter discussie. Verschijnselen, zoals multiculturele samenleving, ongelovigheid, depressie, doping, individualisme, zinloos geweld, moeten we niet meer bekijken met een ideologische bril maar door te herbronnen en te erkennen van wat er werkelijk gebeurt in de complexe realiteit: bv. hoe het komt dat vooropgestelde waarden en normen eigenlijk niet meer functioneren? (de pedagogiek van het nu?)

 



TERUG NAAR HOOFDPAGINA    TERUG NAAR INDEX ALG. PEDAGOGIEK

NAAR INDEX PEDAGOGISCHE VISIES

NAAR INDEX ALGEMENE DIDACTIEK    

All rights reserved © P. Timmermans