P. Timmermans ©

DE NIET-PEDAGOGISCHE BEWEGING

TERUG NAAR INLEIDING PED.VISIES

 

De niet-pedagogische beweging representeert een aantal anti-pedagogen (niet-pedagogen) die vooral in de jaren tachtig de opvoedingsvrije relatie verdedigd hebben.
Guus KUYER (Het geminachte kind. Arbeiderspers, 19803),
Katharin RUTSCHKY (Schwarze Pädagogik. 1977 ),
Alice
MILLER (In den beginne was er opvoeding. Wereldvenster 1983),
E.VON BRAUNMÜHL (Antipädagogik. Studien zur Abschaffung der Erziehung 1975) en
René GÖRTZEN (Weg met de opvoeding. Met een keuze uit het werk van Janusz KORCZAK, B.VON BRAUNMÜHL en Alice MILLER. Heppel, 1984).
Theo VAN DER HEIJDEN & H. RUTGERS. ( Koester het kind in jezelf: werken met kinderen volgens Alice Miller en Eric Berne. Utrecht SWP, 19951 , 20004, 95 pp.)
Joop BERDING, ( Kinderen zijn al groot: werken met kinderen volgens Janusz Korczak. Utrecht, SWP, 1995, 79 pp.)
Jean LIEDLOFF (Het continuum-concept. "Op zoek naar het verloren geluk". Katwijk, Servire, 1987).
Frank FUREDI, ( Paranoid Parenting. Allen Lane, 2001.)

 

1. AANLOOP TOT DE NIET-OPVOEDINGSBEWEGING

De Nederlandse schrijver (en van origine leerkracht) Guus KUYER stelt in zijn boek Het geminachte kind dat "één van de laatste privé-domeinen van het kind het boek was en nu ingepalmd is door schrijvers-pedagogen die het verantwoorde kinderboek afleveren".
KUYER wil niet dat alles uit de wereld van het kinderleven gepedagogiseerd wordt. « Een schrijver moet niet willen opvoeden. Hij moet niets willen 'aanbrengen of 'bewust maken'. Wat is dat voor een pedanterie! Laat ie zichzelf bewust maken, daar heeft ie zijn handen vol aan!"() "In de verschrikkelijke wereld van het kinderboek kan het je overkomen dat pedagogen je boek onder het kopje 'gebroken gezin' ( ... ) huisvesten, want voor hen is een boek een onderwerp' dat wordt 'behandeld'. Pedagogen willen niet weten wat een boek is want zij hebben er een hekel aan. Het boek immers ontsnapt als het goed is, altijd aan dat soort rubriceren" ( ... )

"We moeten met kinderen omgaan zoals we met volwassenen omgaan" antwoordt KUYER in een interview voor de Haagse Post (nr.4 okt.80). " We moeten niet proberen op te voeden". G.KUYER stelt daarom in Het geminachte kind voor op te houden met opvoeden want wij leven allemaal voor het eerst en wij weten, niet hoe dat moet." ( ... ) " Je leeft met mensen , je staat niet te woord, je probeert onder woorden te brengen , je legt niet uit, je maakt niet bewust,( ...) "Opvoeden is een vernederende activiteit . Het is net doen alsof je niet bang bent voor onweer, net doen alsof je niet bang bent voor kanker. ( ... ) Net doen alsof je werkelijk begaan bent met de kindertjes die sterven op je kleurenteevee, net doen alsof je gelukkig bent, net doen alsof je werkelijk iets weet. Doen alsof. Nog voor hun vijfde levensjaar hebben de kinderen ons door, nemen onze houding over en gaan doen alsof. Doen alsof ze een kind zijn dat ons niet doorheeft. Laten we ophouden met opvoeden.

KUYER bekritiseert niet alleen het betuttelende karakter van een opvoeder die kinderen opvoedt. Voor hem is het opvoeden zelf a.h.w. een inbreuk op het mens-zijn.

 

2. DE ZWARTE PEDAGOGIEK

De term ZWARTE PEDAGOGIEK komt ter sprake in de publicatie van Katharin RUTZKY: De zwarte pedagogiek. Zij geeft een bloemlezing van alle mogelijke opvoedingsmiddelen die in de 18de en 19de eeuw gebruikt werden om kinderen zo vroeg mogelijk te conditioneren:
- ontneem het kind zo vlug mogelijk zijn wil
- voed het op tot volstrekte gehoorzaamheid
- maak het kind duidelijk dat opvoeders altijd en overal gelijk hebben
- geef het kind het gevoel mee dat het elke fout aan zichzelf te wijten heeft
- doe dat zo vroeg mogelijk, dan gebeurt het ongemerkt en dan zal het kind later niet beter weten.

René GÖRTZEN: Het pedagogisch denken en handelen gericht op de onderwerping van het kind aan de volwassene(n) is nog springlevend. De zwarte pedagogiek is gelegen in de boodschap die men verborgen, verpakt in moraal of liefde, doorgeeft met de mep, de straf, het TV-verbod na een misstap, dus ook geestelijke dwang. Kinderen zijn angeldragers: de prik= het bevel; de angel (schrik, verlies aan ouderliefde) blijft doorspelen als het kind zelf opvoeder is geworden.


Alice MILLER (Pools-Joodse psychiater, Zürich) vindt dat opvoeding niet nodig is. "Eigenlijk is opvoeden eerder een behoefte dan een noodzaak en dan nog wel een behoefte van de volwassenen . Deze behoeftenbevrediging is er voor de opvoeders en verhindert precies de groei bij het kind."
MILLER concretiseert deze behoeften in een psycho-analytische kader als zijnde de behoefte van de ouder om vroeger meegemaakte vernederingen onbewust door te geven, als een behoefte om te
verrechtvaardigen zoals men zelf als kind is opgevoed en de angst voor de terugkeer van alles wat men als kind verdrongen heeft. De peilers waarop deze behoeften kunnen steunen, zijn volgens
Alice MILLER:
het kind moet zwijgen (gehoorzaamheid),
het kind is zijn opvoeders dankbaarheid verschuldigd,
alleen ouders kunnen het weten,
het kind mag niet kwaad worden op de ouder (het is aanvaard dat de volwassene het recht heeft op het kind wel kwaad te worden), het kind moet leren zijn eigen gevoelens (zgn. kinderachtige gevoelens) verdringen om zo snel mogelijk volwassen te worden.
Volgens MILLER wor dt er opgevoed voor de ouders en niet voor het
kind.
"om het kind zijn volle ontplooiing mogelijk te maken , moet in plaats van opvoeding begeleiding zijn
· die het kind respecteert,
· die zijn gevoelens duldt,
· die een handelen kan zijn dat echt is
nl. bedoeld om het kind enke l zijn natuurlijke grenzen aan te wijzen
* en die bereid is om uit het gedrag van het kind iets te leren over het gevoelsleven en het wezen van het kind en over het kind dat de ouder ook eens was (zelfreflectie)"
.


Miller heeft drie voorbeelden van ZWARTE PEDAGOGIEK uitgewerkt in haar boek.
bijv. hoe in de kinderjaren verwaarlozing en mishandeling door haar vader het heroïne-hoertje Christiane F. aan drugs verslaafd werd en zichzelf mishandelde, volgens MILLER een extreme agressie die ze gericht heeft in dit geval op haar zelf.
bijv. Adolf Hitler die in zijn jeugd gruwelijk mishandeld werd en afgetuigd door zijn vader 'tot op de rand van de dood' , zal zijn drama van het begaafde kind herhalen in zijn glorietijd als heerser onbewust neemt Hitler wraak op het Joodse volk, in de verdenking dat zijn vader joods bloed in de aderen had.
bijv. de man Jürgen Bartsch van wie de moorden die hij heeft gepleegd op kleine jongens, even gruwelijk waren als de extreme afzondering, vernedering en mishandeling die hij tijdens zijn jeugd zonder enig protest moest doorstaan.


Alice Miller stelt voor om als begrijpende getuige op te treden bij de re-enscenering van de innerlijke verwarring en zo de krenkingen uit de kindertijd weer boven tafel te halen, zodat je de vitaliteit van kinderen met wie je werkt beter kunt respecteren, beschermen en stimuleren. (= speurtocht over de waarheid van de kindertijd). De idealisering van de kindertijd komt door verdringing van de oorspronkelijke noden en behoeften, uit angst de ouderlijke liefde te verliezen. (=> pardonneren van de ouderlijke macht).

De Poolse kinderarts Janusz KORCZAK (1878-1942) gaf in zijn weeshuis (nabij de Ghetto-muur in Warschau) de kinderen zelfbeheer, want een kind is een mens als een ander. Neem het kind zoals het is. Beschouw het kind niet als een onderdaan.Creëer een band met kinderen in plaats van ze te wantrouwen en te onderdrukken. De opvoeder organiseert en structureert maar stemt vooral de eigen gevoelens af op de gevoelens van de kinderen (ook onderling). Korczak hecht veel belang aan het leven in de groep. In zijn publicatie 'Het recht van het kind op respect' en in zijn populaire radiopraatjes (1930-1939) pleit hij voor het recht van het kind op geluk en op een eigen biografie (bv. het recht om de ouders te kiezen en het recht op eigen doding).
Bekend voor zijn strijd voor kinderrechten en berucht voor zijn radioprogramma's (Wiesbaden) shockeerde E.VON BRAUNMÜHL in 1975 de pedagogische wereld in Duitsland met zijn overtuiging dat elke opvoeding een vorm van kindermishandeling is.
De
substantiële opvoeding moet afgeschaft worden: het kind kneden naar de wil van de opvoeder.
Hij wil geen goede ouders want die negeren de primaire autonomie waaraan het kind nood heeft: we hebben nood aan "aardige ouders die in hun midden kinderen te gast hebben".
Von Braunmühl pleit voor een opvoedingsvrije relatie tussen ouder en kind die elkaar accepteren.

René GÖRTZEN pleit in zijn boek 'Weg met de opvoeding' voor een RELATIE-ZONDER-OPVOEDING en accepteert de opvoedingsmethode van Thomas GORDON (Beter omgaan met kinderen. Luisteren naar kinderen. Opvoeding tot zelfdiscipline. Elsevier) als een voorlopige oplossing voor wanneer volwassenen problemen of conflicten hebben met hun kinderen.
I. Ouders moeten geen waakhonden spelen. Kinderen worden dan behandeld als huisdieren.
(= ik win)
II. Ouders moeten zichzelf ook niet wegcijferen. zodat het kind regeert.(= ik verlies)
Ouders moeten misschien leren zelf hun eigen gevoelens te voelen en op een rijtje te zetten zodat ze voor hun eigen fundamentele behoeften en noden kunnen opkomen. (zichzelf zijn en niet opvoeden met een aureool 'ik ben volmaakt')
III. Ouders moeten de betutteling afzweren en op de eerste plaats actief luisteren en invoelen wat in het kind echt omgaat. Efficiënt met elkaar leren omgaan. Het kind een vrije zone geven.
Maatregelen treffen om de omgeving (woning, tijd, school) kindvriendelijker te maken. Problemen oplossen door overleg. (= Niemand overwinnaar. Niemand verliezer)

Voor René Görtzen zijn kinderen niet aangewezen op opvoeding: "Kinderen moeten wel kunnen leren door op een natuurlijke wijze om te gaan met mensen, dingen en gebeurtenissen die zich voordoen in hun dagelijks leven. Het enige wat echt nodig is (waar trouwens elke mens recht op heeft), is medemenselijkheid in een relatie waarin de volwassene ALS VRIEND aanvullend werkt en het kind ondersteunt op zijn levensweg."

Ook Jean LIEDHOFF grijpt het grootworden van zuigelingen en van zeer jonge indianen in de Yequana-stam (Venezuela) aan om erop te wijzen dat hoe natuurlijker en spontaner op ontwikkelingsbehoeften gereageerd wordt (d.w.z. zonder onze opvoedingsambitie door te drukken of zonder kinderen te overhalen tot iets), des te eerder het kind de eigen kracht vindt om de buitenwereld aan te kunnen (d.i.. sociaal worden).
Yequana-baby's weten uitstekend wat goed voor hen is, je mag wel niet hun autonomie (instinct tot zelfbehoud) ontnemen. Intens huidcontact met de moeder en de natuurlijke oefening van alle spieren (dynamische lichaamsgroei) zijn gezonde middelen. Speciale aandacht is niet nodig.

Actualiserende aanvulling 1:

De "zwarte pedagogiek" moet ook nu nog uit de wereld geholpen worden.
Bv. Terroristen komen uit godsdienstige gezinnen die met de beste voornemens 'opvoeden'.
Bv. Leerlingen slaan is een tijdje geleden terug toegelaten in Groot-Brittannië als middel om pedagogisch te sanctioneren.
Bv. Seksueel misbruik van kinderen zit tot op vandaag nog in de taboesfeer: opvoedende volwassenen botvieren hun onvervulde seksuele verlangens en gefrustreerde gevoelens van tederheid op kinderen die niet anders durven, uit angst om de 'liefhebbende' opvoeder(s) te verliezen.

Actualiserende aanvulling 2:

Frank FUREDI (Brits cultuursocioloog) poneert in zijn controversieel boek Paranoid Parenting (2001) dat onze obsessie met de mogelijke risico's voor onze kinderen gevaarlijker is dan de risico's zelf. Ouderlijke overbezorgdheid verlamt, infantiliseert, ontneemt het kind de gelegenheid om zelfvertrouwen en weerbaarheid te ontwikkelen.
"Activiteiten die in de jaren zeventig nog heel gewoon waren - kinderen die in hun eentje naar school gaan, alleen thuis blijven of met vrienden buiten spelen zonder dat er een volwassene bij is - worden zeldzaam en al te snel beschouwd als regelrechte verwaarlozing. In plaats daarvan rijden ouders hun kinderen van en naar school, en zorgen ze ervoor dat ze verder elk wakend en slapend moment doorbrengen bij andere volwassenen."() " Er is een aanzienlijk aantal bewijzen dat kinderen creatiever zijn als volwassenen hen niet voortdurend in het oog houden."() "Onze obsessie voor risico's legt te veel nadruk op het verwijderen van elk mogelijk risico. We speculeren te veel op wat kan gebeuren en niet op wat het kind kan leren." () "Ouders beschouwen onbekende volwassenen met wie het kind in contact komt op straat, in de groentewinkel enz. niet als bondgenoten in het socialiseringsproces maar als mogelijk gevaar. Ouders worden opvoedingsparanoïd en hebben het gevoel er alleen voor te staan. Zij kunnen natuurlijk weinig doen tegen cultureel maatschappelijke invloeden maar ze kunnen wel stappen ondernemen om de impact ervan te beperken. Door het veranderde verwachtingspakket in de maatschappij t.a.v. goed opvoeden beginnen opvoeders zich onzeker op te stellen. Ook door gebrek aan tijd voelen veel ouders zich schuldig en angstig. Nochtans besteden ouders vandaag twee keer zoveel tijd aan hun kinderen als in 1961. () De waarheid is ook dat kinderen een ongelooflijk vermogen tot herstel hebben na emotionele trauma's en andere negatieve herinneringen. De waarheid is ook dat succesvol opvoeden niet met een opleiding geleerd kan worden: dat moet je door ervaring leren. () Kinderen kunnen het best voor zich zorgen als hun zelfvertrouwen gekoesterd wordt en als ze weten wat goed en slecht voor hen is. "


TERUG

 TERUG NAAR HOOFDPAGINA   

 TERUG NAAR INDEX ALG. PEDAGOGIEK

TERUG NAAR VISIES IN DE PEDAGOGIEK    

ALL RIGHTS RESERVED © P. Timmermans 2004