TERUG

IVP situering


Het I.V.P. is een programma dat zich richt op het stimuleren van de denkontwikkeling. Het is opgebouwd uit 14 "Instrumenten", bundels werkbladen met oefeningen in opklimmende moeilijkheidsgraad. Aan het werken met het IVP-materiaal zijn voor de leerlingen nauwelijks voorwaarden verbonden. Wel moeten ze 'taal' begrijpen en beschikken over minimale visueel-motorische vaardigheden. Het materiaal kenmerkt zich door zijn structurele opbouw, waardoor de leerling op een systematische wijze denkvaardigheden krijgt aangereikt. De leerkracht treedt op als mediator en tracht bij de leerling belangstelling op te wekken om samen de aangeboden taken aan te pakken. Deze intensieve manier van werken vereist de actieve inzet van de leerling en een grondige voorbereiding van de mediator. Het gebruikte materiaal is geen doel op zich, maar een middel om de leerling toe te rusten met denkgewoontes. Het I.V.P.-programma legt niet zozeer de nadruk op "wat" te leren, maar meer op het "hoe" te leren. Zodoende is het I.V.P. mÈÈr dan een programma alleen. Door de mediatie speelt de leerkracht een essentiÎle rol. Een uitgebreide training in het gebruik van het I.V.P. en de achterliggende principes is dan ook noodzakelijk. Het I.V.P.-programma is momenteel in 30 talen vertaald en wordt in ruim 70 landen in verschillende contexten toegepast. In Nederland wordt de Feuerstein-methode geÔntroduceerd binnen de brede educatieve sector, de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap en de pedagogische thuisbegeleiding. Daarnaast kent het programma een speciale variant voor ouders.
Het belang van I.V.P. voor het onderwijs. Het I.V.P. is bedoeld voor leerlingen die -om welke reden dan ook- onder hun niveau functioneren. Door het aanbieden van het programma worden ze toegerust met denkvaardigheden en leerstrategieÎn die hen in staat stellen meer profijt te trekken uit huidige en toekomstige leerervaringen. Daarnaast worden leerlingen zich ervan bewust dat het eigenmachtig kunnen sturen van het denkproces, waar metacognitieve kennis en vaardigheden voor nodig zijn, een steeds belangrijkere rol gaat spelen in het zelfstandig leren en kennis verwerven. Leerlingen gaan beseffen dat ze wel degelijk invloed uit kunnen oefenen op hun eigen leerproces, wat het plezier in het schoolse leren terug brengt. Dit laatste beÔnvloedt hun zelfvertrouwen en motivatie positief. Juist het verwerven van meta-cognitieve vaardigheden speelt in het huidige onderwijs een belangrijke rol, gezien het feit dat zelfregulerend leren en het flexibel leren omgaan met probleemoplossingsstrategieÎn mede de basis vormen voor het succesvol toekomstig functioneren.

Instrumenteel Verrijkingsprogramma

IVP is een programma dat de cognitive vaardigheden, die nodig zijn voor zelfstandig denken en leren
(metacognitie) bevordert. Binnen deze hoofddoelstelling zijn er de volgende zes specifieke doelstellingen:

a. het corrigeren van bepaalde gebrekkige cognitieve functies

b. het vormen van goede denkgewoonten

c. het aanleren van belangrijke begrippen, een woordenschat en het leggen van relaties die nodig zijn bij het
denken

d. het bevorderen van een taak-intrinsieke motivatie

e. het bevorderen van het inzichtelijk handelen en het reflecteren

f. het bevorderen van het actief op zoek gaan naar informatie in plaats van passief af te wachten of alleen dat
te reproduceren wat voorgedaan/voorgezegd is.

 

TERUG

Informatie: stibco.nl

In zijn diagnostisch onderzoek van de kinderen kwam hij tot de ontdekking dat zij niet in staat waren om hun nieuwe ervaringen te ordenen en te gebruiken in leersituaties. Zij reageerden impulsief of passief bij nieuwe problemen. De kinderen lieten allerlei tekorten zien in hun cognitief functioneren. Aansluitend bij Piaget stelde hij bij veel kinderen een onderontwikkeling van het cognitief-apparaat vast.

Gegeven de geschiedenis van de kinderen zocht hij de verklaring in het feit dat de ouders niet in staat waren geweest om tussen het kind en zijn ervaringen te stappen om de ervaringen te ordenen en betekenis te geven. Een tekort aan dit soort bemiddelende ervaringen resulteert bij kinderen in deficiënte cognitieve
functies.

Daarmee is ook de weg gegeven voor verbetering van het cognitief functioneren: door te zorgen voor mediërende leerervaringen kunnen de cognitieve structuren en vaardigheden zich toch ontwikkelen.
Feuerstein spreekt in dit verband van de actief- modificerende benadering. Deze benadering pakt niet alleen het cognitief functioneren aan, maar Feuerstein besteedt ook expliciet aandacht aan de ontwikkeling van de persoonlijke identiteit van het kind, zijn motivatie en competentiegevoelens.

Niet elke vorm van interactie kan het label mediërende leerervaring krijgen. Er is pas sprake van mediatie als de interactie aan specifieke kwaliteitscriteria voldoet. Feuerstein onderkent een twaalftal criteria. De mediator werkt vanuit de overtuiging dat het mogelijk is om elk kind een stapje verder te brengen in de ontwikkeling van het cognitief leervermogen en de deficiëncies aan te pakken. Feuerstein zegt dat zo: "elk
kind is leerbaar ongeacht zijn situatie nu. We kunnen altijd een stapje vooruit."

Om aan de slag te gaan is het nodig om een goed beeld van het kind te krijgen. De volgende vragen zijn dan van belang:

* hoe leert het kind - heeft het veel mediërende hulp nodig?

* welke deficiënte cognitieve functies zijn er te onderkennen?

Feuerstein ontwikkelde daartoe de Learning Potential Assessment Device (LPAD) als diagnostisch instrument.
Het is een serie testen om het leervermogen van het kind in kaart te brengen. De testen zijn opgebouwd volgens het pretest - oefenfase - posttest- principe.

In de hulpstructuur is een drietal onderdelen te onderkennen:

2.3.1. een krachtige leeromgeving

Voor Feuerstein heeft zo'n omgeving een viertal kenmerken

a. openheid : het kind zoveel mogelijk in contact brengen met de samenleving en de natuur

b. uitdaging : het kind confronteren met nieuwe en onbekende zaken

c. positieve stress : de taken niet op hetzelfde niveau houden maar uitdaging bieden door het steeds iets
moeilijker te maken

d. afstemming van de mediatie op het individu.

de mediërende interactiestijl

Mediatie vindt plaats wanneer de volwassene het individu helpt om zijn ervaringen te ordenen en te
interpreteren. Kenmerkend om van mediatie te kunnen spreken, zijn :

* de prikkels voor de leerling zijn bewust en doelgericht georganiseerd,

* de leerervaringen worden verbonden met gebruiksmogelijkheden in andere situaties (plaats en tijd),

* de leerervaringen krijgen persoonlijke betekenis

* er is sprake van wederkerigheid in de relatie mediator-leerling,

* er is sprake van positieve verwachting dat de leerling zal veranderen, leert, zich verbetert,

* vaardigheden om zelfstandig en zelfregulerend te leren worden bevorderd.

TERUG


TERUG NAAR HOOFDPAGINA

terug naar index psychologie