1. Als ik het leuk vind is het van mij.
2. Als ik het in mijn handen heb is het van mij.
3. Als ik het van jou af kan pakken is het van mij.
4. Als ik het vorige week ook had is het van mij.
5. Als het van mij is dan mag het nooit lijken of het van jou is.
6. Als ik iets aan het bouwen ben dan zijn alle bouwstenen van mij.
7. Als het op die van mij lijkt is het van mij.
8. Als ik denk dat het van mij is dan is het van mij.
9. Als het dichtbij mij ligt is het van mij.
10. Als het broccoli is, is het van jou.