TERUG NAAR HOOFDPAGINA

 


Wat is je het meest bijgebleven van dit hoofdstuk? ZELFREFLECTIE

2004 © P. Timmermans

VERTREKPAGINA

PSYCHOLOGIE VAN DE

INTELLIGENTIE

Scroll naar beneden

 Op het einde van de studie van dit vraagstuk van de (school)intelligentie ben je minstens in staat om


- bereidheid te vertonen over minstens één vraag naar keuze in groep grondig te discussiëren (wie is het meest intelligent + waarom?; zijn dieren intelligent? + betekenis hiervan voor de menselijke intelligentie; wat is artificiële intelligentie? intelligentie van de computer; slim-dom debat (gezond verstand =?) ;

- de klassieke opvatting van intelligentie (alle elementen) in eigen woorden kunnen opzeggen en alle elementen daarvan met (vooral schoolgericht) voorbeelden kunnen illustreren;

- verschillende opvattingen inzake intelligentie te kunnen plaatsen tegen de achtergrond van de klassieke (productgerichte) intelligentiemeting (= psychometrische proeven) of procesgerichte studie van het intelligentieprofiel (=>de manier waarop iemand informatie verwerkt) i.c. STERNBERG

- de 8 intelligenties volgens H. GARDNER (nl. het psychobiologisch potentieel om problemen op te lossen en daarmee producten te creëren gewaardeerd in minstens één cultuur) te kunnen opsommen en met minstens één voorbeeld te illustreren;

- op zoek te willen gaan naar de belangrijkste intelligenties die noodzakelijk aanwezig moeten zijn bij de (toekomstige ) leerkracht) S.O. : talige, logische, emotionele intelligentie enz.

- het ontstaan van de eerste intelligentietests in de twintigste eeuw (Binet begin 1900, Parijs, Amerika) kunnen verklaren als een zoektocht naar een meetinstrument voor intelligentie; soorten intelligentie, algemene factor, multifactoren, het begrip "verstandelijke leeftijd"; de IQ-formule en de kritiek daarop: quantisering;

- de testcriteria te kunnen opsommen en praktisch uit te leggen

- de intelligentiespreiding te kunnen tekenen en toe te lichten en de vergelijking van testuitslagen (IQ's) uit verschillende I-tests als heikel punt van testconstructie en waarde te kunnen verwoorden;

- de relatieve betekenis van het begrip IQ en van schoolintelligentie in het algemeen te kunnen verklaren;

- de hoofd-actoren in de vorming en bijsturing van de intelligenties (erfelijk? milieubepaald? de eigen wil) te kunnen plaatsen;

- de vormbaarheid van de intelligentie (als procesgerichte ingreep op de intellectuele ontwikkeling) bestuderen;

Feuerstein, Pygmalion-effect; emotionele intelligentie


- persoonlijk te reflecteren over deze materie in het perspectief van je eigen onderwijsvakken én ook vakoverschrijdend.

SYNTHESE-bladen => KLIK

cursus zie boek psychologie p. 255 e.v. + VOORAL uitleg lessen

Klik op dubbele pagina over INTELLIGENTIES VOLGENS GARDNER (artikel in Klasse, mei 2001, nr.115 p. 32-33)

Blad 1

Blad 2

NOTEER HIER IN HET SCHRIJFVENSTER WAT JE HET MEEST IS BIJGEBLEVEN BIJ HET BESTUDEREN VAN DIT HOOFDSTUK

TERUG NAAR TOP


TERUG NAAR INDEX PSYCHOLOGIE

All rights reserved © P. Timmermans 2002-2003-2004

Email voor reacties of vragen: >:opvoedkundePT@khleuven.be