Hoe kan men groei waarnemen, beschrijven, verstaan? Een benaderingswijze.

klik voor levensechte foto HIER

 

Waarnemingen van een groeiproces van een Amaryllis

10 januari

Amaryllisbol geplant. Enkele bruine schillen om de bol zitten los. Waar deze schillen ontbreken is de bol groen. De bol is op enkele plaatsen beschadigd. Bovenaan de bol, waar de bloemstengel uit moet komen, is een klein stukje van de oude, afgesneden stengel te zien. Onder aan de bol zitten enkele kronkelige, verdorde wortels. De hele bol maakt een doodse en dorre indruk. Hoe is het mogelijk, dat uit deze onooglijke bol de amaryllisplant en bloem te voorschijn komen? Nu geduldig wachten tot het eerste groeipuntje zichtbaar wordt.

14 januari

Tot mijn verbazing is er vandaag al een klein teer groen puntje zichtbaar. Dit is veel sneller te voorschijn gekomen dan ik had gedacht. Andere jaren kon dit weken duren. In het groene puntje is een rode gloed te zien, de kleur die ook in de bloem aanwezig zal zijn. Achter de groene punt zijn, heel klein, nog twee kleine bladpuntjes te zien.

 

 

 

22 januari

De bladpuntjes zijn heel langzaam iets verder te voorschijn gekomen. De achterste bladpunt die eerst het kleinste was, is nu het langste. De voorste bladtop is nu ongeveer 1,5 cm, de achterste 2 cm. Ook op de achterste bladtop is een rode gloed te zien.

30 januari

De bladtoppen groeien maar heel langzaam. Er is maar heel weinig verandering waar te nemen. Het lijkt of het groeiproces zich nog voor een belangrijk deel in de bol afspeelt, onzichtbaar. Ik merk hoeveel geduld het vraagt: ontwikkeling. En vertrouwen; erop vertrouwen dat iets dat nu nog onzichtbaar is, zichtbaar zal worden.

Ik betrap me op de gedachte dat het wel niet veel zal worden; zou de bol wel goed zijn? De bladeren zijn nu ongeveer 4 cm.

15 februari

De bladeren zijn flink gegroeid. Achter elkaar zijn nu vijf bladpunten zichtbaar. Het is alsof de bladeren langzaam uit de bol naar het licht getrokken worden. De bladeren trekken ook iets scheef naar het licht. Ik vraag me af waarom er nog steeds geen bloernknop te voorschijn komt. Op de bladeren is nog steeds een rode weerschijn te zien.

De bol is al meer dan een maand geleden geplant. Af en toe denk ik: toch wat saai, er is weinig te beleven aan dit groeiproces. Maar als ik wat langer kijk, komen er toch vragen in me op en verwondering.

Ik merk dat ik het zo gewoon ben gaan vinden, dat deze bladeren omhoog groeien. Maar, waar komt die kracht vandaan, die de plant omhoog doet groeien, tegen de zwaartekracht in?

Wat gebeurt er allemaal in die bol? Is de bloemknop daar al in het klein aanwezig? Wat een verschil tussen die bruin-groene schilferige buitenkant van de bol en het geheimzinnige proces dat zich in de bol afspeelt; een langzaam geboorteproces.

Terwijl ik naar de bol en de bladeren kijk, zie ik innerlijk de bloeiende Amaryllis zoals deze als herinnering in me leeft. Een groot wonder, dat die enorme bloem uit deze onooglijke bol te voorschijn komt. Wachten en vertrouwen hebben!

24 februari

De zijkant van de bol, daar waar de bladeren tevoorschijn komen, is gescheurd. Tussen de bladeren is de punt van de bloemknop te zien. De kracht waarmee deze knop uit de bol komt heeft dit openscheuren kennelijk veroorzaakt. De knop heeft de vorm van een pijl, die tussen de bladeren omhoog wijst. De bladeren zijn nu ongeveer 12 cm hoog.


1 maart

De hele knop is nu zichtbaar tussen de bladeren. De bladpunten staan enigszins scheef, doordat ze naar het licht trekken.

Het langste blad is nu 20 cm. Buiten bloeien al geruime tijd de sneeuwklokjes en krokussen, evenals een eerste narcis, door de zachte winter. De laatste dagen hoor ik ook regelmatig een zanglijster zingen.

12 maart

De bloemknop schiet omhoog en is in tien dagen ongeveer 11,5 cm gegroeid! De hele plant is nu 25 cm hoog. Wat me opvalt bij de ontwikkeling van de plant, is dat er fasen van heel langzame en fasen van heel snelle ontwikkeling zijn. Wisselen deze elkaar af?

De knopsteel groeit nu veel sneller dan de bladeren, eerst was dit omgekeerd. De bladeren schiepen de voorwaarden voor het te voorschijn komen van de bloemknop. Nu houden ze zich terug. De bloemstengel heeft nog meer rood in zich dan de bladeren. Deze stengel is nu al langer dan de bladeren.

18 maart

De plant is nu 40 cm hoog. In zes dagen is de plant dus ongeveer 15 cm gegroeid! Dat is meer dan 2 cm per dag. Een enorme versnelling van de groei:

1 maart- 20 cm; 12 maart - 25 cm; 18 maart - 40 cm

Wat me steeds weer opvalt is, dat je alleen de buitenkant van het groeiproces, de ontwikkeling kunt waarnemen. De groei zelf neem je niet waar. Ook de tekeningen die ik gemaakt heb geven slechts ~a weer in de groei, het zijn momentopnamen. De ontwikkeling van de plant vindt plaats tussen mijn waarnemingen en de tekeningen.

Ook de ontwikkeling van de knop is onzichtbaar. Een mysterieuze gebeurtenis. In die kleine bloemknop ontwikkelt zich de grote bloem zoals in de pop de vlinder tot ontwikkeling komt.

Wat me erg opvalt is de geweldige dynamiek tussen hemel en aarde, tussen licht en donker. Licht en warmte brengen te voorschijn wat verborgen als mogelijkheid in de bol en in de knop aanwezig is. Wezenlijk voor ontwikkeling: iets dat verborgen is als kiem als mogelijkheid te voorschijn brengen. Licht en warmte, aarde en water scheppen de voorwaarde.

De plant vertelt veel gelijkenissen; beelden die iets verduidelijken van menselijke ontwikkeling.

In de omhullingen van de bol, verborgen onder diverse lagen, ligt het geheim van de bol verborgen, de toekomstige bloem. Zoals ook in ons mensen het meest wezenlijke vaak onder veel 'lagen' beschermd wordt. Ook wij hebben 'wortels' nodig en moeten geaard zijn. Ook wij hebben licht en warmte nodig om onze mogelijkheden tot ontwikkeling te kunnen brengen. De cyclus van de plant doorlopen we in ons leven vele malen. Groei, bloei, verwelken en afsterven van levensfasen. Steeds uit het bestaande weer iets nieuws te voorschijn brengen.

Verborgen is de grote wijsheid, die in de plant werkt en die in staat is om materie om te vormen tot een stralende bloem die zich verheft naar het licht.

28 maart

Sinds 18 maart is de plant nog 12 cm gegroeid. De hoogte is nu 52 cm. Maar de meeste ontwikkeling heeft zich in de knop afgespeeld, onzichtbaar voor het oog.

Op 24 maart ging de knop open, aan de bovenzijde ontstond heel langzaam een opening. De kelkbladeren gaan open doordat de knop dikker wordt en de knop doorgroeit. De stengel groeit door en de kelkbladeren blijven achter. Er komen twee bloemknoppen te voorschijn. De plant stond tot nu toe voor een raam op het noorden, vandaag heb ik de plant voor een raam op het zuiden gezet.

29 maart

De twee kelkbladeren krullen langzaam ineen. De beide bloemknoppen buigen langzaam naar twee zijden over.

30 maart

De ene bloemknop gaat open. De kelkbladeren die de knop omhuld en beschermd hebben, verschrompelen en worden steeds kleiner. Wat in een bepaalde fase van de ontwikkeling een functie gehad heeft, verliest nu deze functie. De bloem is als een enorm grote vlinder, die langzaam uit de knop te voorschijn komt en die het licht tegemoet zou willen vliegen.

1 april

Beide bloemen hebben zich geheel geopend. Twee kelken die zich helemaal openen voor het licht; het gevolg zal zijn, dat de prachtige bloemen verwelken. Iedere bloem heeft een stamper met een lange stijl en zes meeldraden. Het stuifmeel zit op langwerpige korfjes op de meeldraden; ze zijn heel beweeglijk, alsof ze met een scharnier vastzitten.

De bloemen zijn rood met witte strepen. De bol is een stuk kleiner geworden tijdens dit groeiproces. De bloemen hebben zes kroonbladeren die als twee driehoeken in elkaar staan.

15 april

De bloemen hebben lang gebloeid, ongeveer twee weken. De laatste week krulden de bloembladeren langzaam om. In een paar dagen waren de bloemen ineens verwelkt. De opwaartse beweging van de bloemen is veranderd in een neerwaartse beweging. Langzaam worden de bloembladeren bruin en heel slap, verschrompelen en vallen af.

Tussen het planten van de bol en de bloei ligt een periode tussen 10 januari en 1 april. Dat is 11 weken en nog twee weken bloei.
Ik zet de uitgebloeide plant in de tuin in de hoop dat ik hem weer in bloei krijg.

Een belangrijke ontdekking bij het volgen van dit groeiproces, was dat de waarnemingen van de plant buiten mezelf gepaard gingen met waarnemingen in mezelf. Waarnemingen van bepaalde vermogens en gevoelens:
- ongeduld: die bol staat er maar, er gebeurt niets; het vroeg geduld, kunnen wachten;
- ik beleefde dat je vertrouwen moet hebben, erop vertrouwen,
dat iets dat eerst niet zichtbaar is, zichtbaar kan worden;
- door regelmatig te kijken naar het groeiproces, ontdekte ik hoe gewoon ik het ben gaan vinden dat planten groeien en bloeien, de bomen ieder jaar weer bladeren krijgen; door de regelmatige waarnemingen begon ik me te verwonderen;
- ik beleefde eerbied voor het wonder, dat uit die dorre bol zo'n prachtige bloem te voorschijn kan komen;
- door de waarnemingen, de aandacht en het tekenen van de plant voelde ik een groeiende verbondenheid met de Amaryllis.

De waarneming van de Amaryllis heeft me bewust gemaakt van een aantal kwaliteiten, vermogens, die belangrijk zijn voor onze ontwikkeling als mens: geduld, vertrouwen, verwondering, aandacht, eerbied, verbondenheid. Door je ergens sterk mee te verbinden kun je deze vermogens scholen en versterken.

De kleine prins in het gelijknamige boekje van de Franse luchtvaartpionier Antoine de Saint-Exupéry, schenkt ook veel aandacht aan een bloem. De kleine prins woont op een kleine planeet en verzorgt daar één bloem, een roos. De kleine prins gaat op reis en hij neemt afscheid van zijn planeet en van zijn roos. Als hij op de aarde komt ziet hij een tuin met vele bloeiende rozen.

Hij is erg verdrietig, want hij voelde zich erg rijk met die ene bloem op zijn planeet, waarvan hij dacht dat er maar één van was in het heelal. Dan ontmoet de kleine prins een vos en de vos zegt tegen hem: "Alle tijd die je aan je roos besteed hebt, maakt die roos juist zo belangrijk. "

Dat heb ik intensief beleefd bij de waarneming van het groeiproces van de Amaryllis.

 

Bron: B. VOORHOEVE, Zicht op een nieuwe levensfase. Zeist, Christofoor, 1994, p. 144- 150.

 

terug