http://filos.dlo.khleuven.be/opvoedkunde1AV

BREED OBSERVEREN

+ grote taak

 

WAARNEMEN VAN GEDRAG IN ONTWIKKELING vraagt BREED OBSERVEREN

Breed observeren houdt in:
- kijken naar kinderen/jongeren los van wat je met hen wenst te bereiken (los van je didactisch handelen)
bv. het antwoord dat de leerling hier geeft op deze vraag is een bewijs dat hij de vorige les nog niet beheerst= een didactische observatie, eigenlijk een didactische beoordeling van het gedrag)
Via brede observatie leer je zicht krijgen op de diversiteit van gedrag (en dus van leerlingen in je klas) en op de betekenissen die kinderen/jongeren aan hun gedrag geven.
- langdurig observeren: meerdere momenten of observaties in een langere periode dan één keer;

- observeren in diverse situaties / omstandigheden => vergelijken en tot een breed besluit komen;

- observeren tegen de achtergrond van
- de ontwikkelingsfase gekoppeld aan de leeftijd
- vorige ontwikkelingsfase(n)
prenatale fase, pasgeborene, baby (2m- 18m), peuter (1,5 - 3j), kleuter (3-6 j), lagere schoolfase (6-12j), puber (12-15 j), adolescent (15 - 21 j.)

- kaderen in het geheel van de ontwikkeling:
wisselwerking tussen de ontwikkelingsaspecten:
lichamelijke / motorische ontwikkeling, perceptuele ontwikkeling, seksuele ontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling, taalontwikkeling, spelontwikkeling, morele ontwikkeling, persoonlijkheidsontwikkeling;

- kaderen in een bredere context dan de specifieke context:
maatschappelijk (macro) -
de plaatselijke maatschappelijke context (meso) -
de specifieke context waarin het gedrag zichtbaar wordt (micro).

 

Het nut van breed observeren voor de leerkracht is

- de jongeren in de klas niet in de rol van bv. zwakke leerling duwen (bevooroordeeld observeren) maar observeren als personen met talenten in gradaties, met uniforme gedragingen maar met verschillende betekenissen of bv. aparte gedragsreacties die eigenlijk hetzelfde betekenen;

- het beter kunnen hanteren van een leerlingvolgsysteem waarbij de observerende leerkracht niet alleen de prestaties voor bepaalde vakken volgen maar bv. het welbevinden en de betrokkenheid "in kaart brengt" gedurende een lange periode.


Het systeem van een leerlingvolgsysteem laat toe om de leerling doorheen zijn secundair onderwijs op te volgen:
1. signaleren: het opsporen van risicoleerlingen;
2. diagnosticeren
3. hulp bieden (handelingsplan)

- intercultureel onderwijs: het gedrag van een Keniaanse jongen in de klas wordt niet op de eerste plaats bepaald door zijn ethnische afkomst. Dus stereotiepe waarneming doorbreken. Daarom breed observeren.

 

Grote taak (individueel): 3 pagina's (maximaal 4 pagina's)
breed observeren van een relevante gedragssituatie van een persoon (of deelgroepje) in ontwikkeling, geplaatst in een procesgerichte analyse en besluitvorming in breed perspectief (ruime en specifieke context, ontwikkelingslijnen, aspecten, algemeen pedagogisch-didactisch perspectief)
minimaal twee (maximaal drie) observatiemomenten in kaart brengen (format: zie in aparte handleiding) te spreiden over het tweede semester, afgerond met een synthese in het brede perspectief van ontwikkelen en begeleiden.

terug naar index leren observeren

 

All rights P. Timmermans © 2007-2008-2009