http://filos.dlo.khleuven.be/opvoedkunde1AV

ORIÊNTATIE OP ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE & OP ONTWIKKELINGSVISIES

Hulp bij het efficiënt omgaan met het studieboek FELDMAN

terug

Klik

  ORIËNTATIE

 VISIES

ORIËNTATIE OP ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE


WAT? wetenschappelijke studie over groei, verandering, stabiliteit van conceptie tot adolescentie

Op zoek naar algemene inzichten of naar typische kenmerken per fase.

ASPECTEN : COMPONENTEN:

  FYSIEK aspect  COGNITIEF aspect AFFECTIEVE / PERSOONLIJKHEID / SOCIALE

LEEFTIJDSGROEP - INDIVIDUELE VERSCHILLEN:

grens tussen de fasen

- biologisch bepaald of

- door omgevingsfactoren (impact groter met de leeftijd)

diversiteit in ontwikkeling tussen de individuen:

bv. opvoeding binnen bep. cultuur of subcultuur

bv. subtiele ethnische, raciale, socio-economische en sekseverschillen

inhoudelijke invulling en resultaten binnen ontw. psychologie afhankelijk

° van visie

&

° van toepassingsveld (bv. genetici, psychologen, opvoeders, onderwijs, instellingen)

COHORT invloeden op ontwikkeling (typisch voor generatiegenoten)

bv. naoorlogse generatie

NORMATIEVE invloeden: groepsgenoten worden in hun ontw.

-biologisch

- sociale omgeving

- cultureel

NIET-NORMATIEVE invloeden

[VROEGERE DENKBEELDEN]

VRAAGSTUKKEN IN DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE


1. VERANDERING

CONTINU - aparte stadia

DISCONTINU


2.

KRITIEKE PERIODE :
fase waarin specifieke stimuli het meest nodig zijn, anders blijvende schade of beperking


GEVOELIGE PERIODE:
a
fwezigheid van specifieke stimuli dan geen ontwikkeling daarvan (bv. spraak) , is spijtig maar kan later ingehaald worden

3. IN ELKE FASE VAN DE ONTWIKKELING GROEI EN VERANDERING, DAAROM AANDACHT OP DE HELE LEVENSLOOP

4. Is bepaald gedrag het gevolg van E, M of P?

1. NATURE:RIJPING/MATURATIE/ vs


2. NURTURE:
STIMULATIE/ SCHOLING/ MILIEU (bv. van biologische aard, socio-culturele omgeving)


+ 3. PERSOONLIJKE PRESTATIE / ZELFBEPALING / het UNIEKE

WEES VOORZICHTIG MET GEGEVENS IN DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE

bv. onderzoeksinstantie, culturele context van onderzoek, geloof, ...


VISIES OP KINDEREN

= BENADERINGSWIJZEN VAN ONTWIKKELINGSITEMS kunnen zijn:

CONCREET bv. de anthroposofische ontwikkelingsvisie volgens Rudolf STEINER


1. PSYCHODYNAMISCH perspectief (stroming)



a. PSYCHOANALYTISCH S. FREUD

 

 ÜBER-ICH / superego
 

 WERELD > <

  ICH / ego
 > < WERELD
 

  ES / id
 

=> het onbewuste erg actief en bepalend voor gedrag

=> psychoseksuele ontwikkeling in de kindertijd: oraal, anaal, fallisch, latentie, genitaal

FIXATIE


b. PSYCHOSOCIALE ONTWIKKELING visie van ERIKSON
(< klik)
specifiek conflict gekoppeld aan een specifieke fase : individu => SOCIAAL

Kritisch:

 

2. BEHAVIORISTISCH perspectief zie algemene instap psychologie S-R in het schema S-O-R

waarneembaar gedrag / externe stimulatie essentieel voor de ontwikkeling

kritisch

3. COGNITIEF perspectief

gericht op de processen die mensen bekwaam maken om de wereld te leren kennen, te begrijpen en erover na te denken


a. PIAGET


ADAPTATIE assimilatie vs accomodatie

kritisch:


b. INFORMATIEVERWERKING
(op welke wijze nemen we informatie op?)

indicatief voor ontwikkeling als kwantitatieve verandering

kritisch:

c. NEUROwetenschappelijk

kritisch:

4. CONTEXTUEEL


a. BIO-ECOLOGISCH BRONFENBRENNER

kritisch:


b. VYGOTSKY's socio-culturele theorie

kritisch:

5. EVOLUTIONAIR : bijdrage van de VOOROUDERS aan onze ontwikkeling

GEDRAGSGENETICA

kritisch:


WELKE BENADERINGSWIJZE IS DE BESTE? = VERKEERDE VRAAG

 

 

terug naar hoofdpagina ontwikkeling